Veranderingen in ESG-regelgeving beïnvloeden investeringsklimaat
De goedkeuring van het Omnibus-pakket door Europa vorige maand komt op een opmerkelijk moment, aangezien de ESG-regels nu lijken te versoepelen. De CSRD, die voorlopig alleen van toepassing is op bedrijven met minimaal 1750 fte en een omzet van € 450 miljoen, is beperkt tot de grootste ondernemingen met meer dan 5000 werknemers en een omzet van € 1,5 miljard. Klimaattransitieplannen blijven ook voorlopig op de plank liggen, meldt Nieuws Impuls.
Ondanks de politieke onrust rond ESG-verplichtingen blijkt de financiële sector sterk in haar koers. Banken en institutionele beleggers beschouwen duurzaamheid niet als een hindernis, maar als een essentiële voorwaarde voor toekomstig rendement. Hun focus blijft constant, ongeacht de politieke ontwikkelingen in Brussel.
Het Omnibus-pakket biedt vooral verlichting voor bedrijven die onder administratieve druk stonden. Desondanks verandert het niets aan de structurele kapitaalstroom naar een duurzame economie. Europa wil aantrekkelijk blijven voor investeringen in duurzaamheid; minder bureaucratie zorgt voor meer actie.
Voor een gerichte kapitaaltoewijzing hebben banken en investeerders echter betrouwbare en vergelijkbare data nodig. Ondanks de versoepeling van de regels en het feit dat nu duizenden bedrijven buiten het bereik van de CSRD vallen, groeit de vraag naar solide ESG-informatie alleen maar.
Christine Lagarde, president van de ECB, heeft gewaarschuwd dat het verkleinen van de reikwijdte van de CSRD de datakwaliteit kan ondermijnen. Minder data leidt tot minder grip op risico’s, lagere waarderingen en uiteindelijk hogere kapitaalkosten. Dit is juist wat Europa nodig heeft om competitief te blijven op de wereldmarkt.
In de vastgoedsector, verantwoordelijk voor 40% van de wereldwijde CO2-uitstoot, komt er een versnelling op gang. Vastgoedprofessionals brengen verduurzaming in overeenstemming met marktverwachtingen, aangedreven door de noodzaak van financiering en waardecreatie.
In veel markten is ESG verschoven van een ‘nice-to-have’ naar een ‘must-have’. Banken houden nu niet alleen rekening met de Loan-to-Value (LTV), maar ook met duurzaamheidsscores. Taxateurs moeten nu essentiële inzichten geven die eerder slechts bijzaak waren.
De versoepeling van de CSRD zal hier weinig aan veranderen. De druk om te verduurzamen komt niet van bovenaf, maar vanuit de kapitaalmarkt, die niet laat beïnvloeden door politieke compromissen. Wie denkt dat minder regels betekent dat duurzaamheid minder belangrijk wordt, misrekent de situatie. De basisprincipes blijven bestaan, maar met de vereenvoudiging ontstaat er ruimte om te investeren in relevante projecten.
De strategische vraag voor de sector is niet of ESG nog steeds relevant is, maar hoe aantrekkelijk Europa blijft voor Investeringen die duurzaamheid waardeert. De vastgoedsector heeft hier duidelijk beleid: verduurzaming staat gelijk aan waardecreatie. Het Omnibus-pakket verandert die dynamiek niet.
Kapitaal volgt toekomstbestendigheid, die op zijn beurt voortkomt uit duurzaamheid. Bedrijven die nu vasthouden aan hun koers, trekken investeerders aan die essentieel zijn voor de volgende golf van groene groei. De politieke kou in Brussel is tijdelijk; de energietransitie gaat door.