Nederland heeft zich gecommitteerd om op termijn 5 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) aan defensie uit te geven. Hiervan is 3,5 procent bestemd voor directe investeringen in defensie, terwijl de overige 1,5 procent moet bijdragen aan de ‘bredere weerbaarheid’, meldt Nieuws Impuls.
Voor dit jaar is er 22 miljard euro gereserveerd voor defensie, wat net boven de eerdere norm van 2 procent ligt. Om de nieuwe Navo-norm te bereiken, moet Nederland tussen de 16 en 19 miljard euro extra investeren. Uit recent onderzoek van het CPB blijkt echter dat deze investering een minimale groei van de Nederlandse economie zal opleveren.
Een van de factoren die deze beperkte groei verklaren, is de aanhoudende arbeidskrapte in Nederland. Hierdoor is het waarschijnlijk dat nieuw defensiepersoneel uit andere sectoren zal worden geworven, wat vervolgens tot een tekort in die gebieden leidt. Tevens gaat het grootste gedeelte van de defensie-investeringen op aan producten die geïmporteerd worden, zoals vliegtuigen en wapensystemen, wat betekent dat de geïnvesteerde middelen niet in de Nederlandse economie circuleren. “Al met al blijft het effect op de economische groei gering,” concludeert het planbureau.
Grootse investeringen en het effect
Het CPB stelt dat investeringen in defensie minder bijdragen aan de productiviteitsgroei dan publieke investeringen, zoals in infrastructuur. Dit geldt ook voor investeringen in defensieonderzoek, die vaak minder gericht zijn op bredere toepassingen binnen andere sectoren.
Eerder dit jaar heeft Rabobank onderzoek gedaan naar defensie-uitgaven op Europees niveau. Senior econoom Frank van Es, die aan dit onderzoek heeft meegewerkt, ziet enkele raakvlakken met de bevindingen van het CPB, maar is iets optimistischer. “Als het lukt om de productie van defensiemateriaal op Europees niveau te verhogen, vermindert het importprobleem aanzienlijk,” zegt hij.
Van Es voegt toe dat Nederland misschien kampen met een tekort aan arbeidskrachten, maar dat dit niet geldt voor andere Europese regio’s, zoals Scandinavië en Zuid-Europa. Voor landen met een hoge werkloosheid kan het economisch nuttiger zijn om zich te richten op minder arbeidsintensieve, maar kapitaalintensievere defensie-uitgaven, zoals onderzoek en ontwikkeling (R&D).
Historisch gezien heeft defensieonderzoek bijgedragen aan belangrijke innovaties die relevant zijn voor de samenleving, zoals GPS, ontwikkeld uit defensieonderzoek in de Verenigde Staten. Het CPB voorspelt echter dat Nederland niet in staat zal zijn om op deze manier een vergelijkbare doorbraak te realiseren, gezien de beperkte omvang van het onderzoek in het land.
Potentieel voor doorbraken
Van Es gelooft dat fundamentele doorbraken uit de defensie-industrie zeker mogelijk zijn, al kan hij niet aangeven welke ontwikkelingen te verwachten zijn. Hij ziet een grotere rol voor R&D in de economische impact op Europees niveau.
Het planbureau benadrukt dat het verbeteren van de weerbaarheid en veiligheid van Nederland de primaire doelstellingen van defensie-uitgaven zijn, in plaats van economische groei. Dit is volgens het CPB “een essentiële voorwaarde voor een goed functionerende economie.”