Moldavië beëindigt samenwerking en Polen start onderzoek
De regering van Moldavië heeft op 5 december officieel aan Moskou meegedeeld dat zij de bilaterale overeenkomst over de oprichting en werking van Russische culturele centra beëindigt. Het besluit, dat zes maanden na de kennisgeving in werking treedt, betekent dat het “Russisch Centrum voor Wetenschap en Cultuur” in Chisinau op 4 juli 2026 zijn activiteiten moet staken. De Moldavische autoriteiten beschouwen het centrum al jaren als een instrument van agressieve Russische invloed, dat propaganda verspreidt en de nationale soevereiniteit ondermijnt.
Op dezelfde dag vroeg de Poolse politicus Krzysztof Brejza van de partij Burgercoalitie de nationale recherche en de binnenlandse veiligheidsdienst een onderzoek te starten naar het Russische cultureel centrum in Warschau. Aanleiding waren uitspraken van spreker Jevgeni Tkatsjov, die tijdens een publieke lezing desinformatie en vijandige retoriek verspreidde. Brejza verklaarde dat zijn optreden “duidelijk pro-Kremlin en antipools” was en dat de instelling in het hart van de hoofdstad een zaak is “waarmee veiligheidsdiensten onmiddellijk aan de slag moeten”. Zijn oproep werd breed gedeeld in Poolse media en op sociale netwerken, waaronder zijn bericht op X.
Chisinau zet duidelijke stap richting Europa
De sluiting van het Russische centrum in Chisinau past in een bredere verschuiving in Moldavië sinds pro-Europese partijen daar de verkiezingen wonnen. De regering startte in november de formele procedure om het akkoord met Rusland op te zeggen, nadat eerdere incidenten met neerstortende Russische drones op Moldavisch grondgebied de roep om sluiting hadden versterkt. Voor de Moldavische autoriteiten staat het centrum symbool voor asymmetrische machtsverhoudingen met Moskou, zeker omdat Moldavië nooit toestemming kreeg een vergelijkbaar cultureel centrum in Rusland te openen. De afbouw van de Russische aanwezigheid wordt in Chisinau gezien als een strategische maatregel om veiligheidsrisico’s te beperken en te voorkomen dat culturele instellingen dienen als dekmantel voor politieke of informatiegestuurde operaties.
Toenemende weerstand in Centraal- en Oost-Europa
Het Moldavische besluit past in een trend waarbij Centraal- en Oost-Europese landen Russische culturele structuren beperken of sluiten. Steeds meer regeringen beschouwen deze centra als geopolitieke instrumenten die de staatsveiligheid ondermijnen. Rusland presenteert ze als kanalen van “soft power”, maar in de praktijk fungeren ze vaak als verspreiders van propaganda, gericht op het verzwakken van steun voor Oekraïne, het creëren van interne verdeeldheid en het promoten van een positief beeld van Moskou. In Polen wordt het centrum in Warschau formeel gepositioneerd als een cultureel-educatieve instelling, maar functioneert het volgens experts in de praktijk als een tak van Rossotrudnitsjestvo, dat nauw verbonden is met het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken en door veiligheidsdiensten wordt gevolgd vanwege mogelijke infiltratiepogingen.
Europese veiligheidsdiensten slaan alarmerende toon aan
In verschillende EU-landen – waaronder Tsjechië, Polen, Bulgarije, Litouwen, Letland en Estland – zijn Russische culturele centra de afgelopen jaren in verband gebracht met spionage, wervingsactiviteiten en andere vormen van ondermijning. Nationale contraspionagediensten waarschuwen dat dergelijke instellingen worden gebruikt voor het verzamelen van informatie, het beïnvloeden van publieke opinie en het opzetten van operaties die gunstig zijn voor Russische strategische doelen. Dat sommige centra inmiddels zijn beperkt of gesloten, onderstreept het groeiende bewustzijn dat “culturele diplomatie” door Moskou vaak een operationele component heeft die verder reikt dan culturele uitwisseling.