In november 2021 werden in Ridderkerk de eerste woningen van Startblock met grote trailers naar de Stadhoudersweg gereden, een gebeurtenis die toen ook door cameraploegen werd vastgelegd. Deze driewoonlagen woningen, compleet met sanitair en keuken, waren voorafgaand volledig gemonteerd in de fabriek van Startblock in Emmeloord. Binnen een dag werden ze aangesloten op het stroomnet, waterleiding en riolering, meldt Nieuws Impuls.
De woningen boden een aantrekkelijke oplossing in de periode waarin het tekort aan betaalbare huisvesting steeds nijpender werd. In slechts 10 weken tijd werden op dezelfde locatie in Ridderkerk 32 woningen gerealiseerd, een project dat later door voormalig woonminister Hugo de Jonge zou worden gepromoot.
Reddingspogingen
Desondanks is het vier jaar later definitief afgelopen voor Startblock. Nadat verschillende reddingspogingen mislukten, werd eind 2025 het bedrijf gesloten. Een van de voormalige aandeelhouders voltooit dit jaar echter nog een project in opdracht van de gemeente Dordrecht.
In totaal zijn er in meer dan vier jaar tijd ongeveer 250 woningen opgeleverd, aanzienlijk lager dan de ambitie om 500 woningen per jaar te produceren. Uit gesprekken en reconstructies blijkt dat de organisatie kampte met interne problemen en een moeilijke marktomgeving.
Te ver vooruit lopen
Ondanks de aanvankelijke successen in 2022 blijkt Startblock door de jaren heen verlieslatend, zoals blijkt uit het faillissementsdossier. Volgens Hidde Proost van het verkoopteam – Birds-Nest – liep de fabriek te ver vooruit op de daadwerkelijke verkoop en plaatsing van de woningen, wat resulteerde in een stapeling van voorraad en oplopende kosten. Een mislukte introductie van een groter woningtype zou daar ook aan hebben bijgedragen.
De relatie tussen het verkoopteam en de aandeelhouders verslechterde door uitblijvende commissiebetalingen. Eind 2024 vond een herstructurering plaats waarbij Startblock ook externe financiering aanhaalde, die mogelijk verband hield met betrokkenheid van leden van de kerkgemeenschap.
Poldercrowd
Wim-Heerke Spronk, voormalig directeur van Startblock, zegt dat het idee dat de fabriek te ver vooruit produceerde, te simplistisch is. Het uitblijven van vergunningen verhinderde dat intenties van opdrachtgevers konden worden omgezet in definitieve orders, wat leidde tot liquiditeitsproblemen. Personeelskosten konden niet snel worden afgebouwd, dus besloot men met een kleiner team om bepaalde projecten alvast in productie te nemen. Veel van deze projecten waren al geleverd ten tijde van het faillissement. Spronk benadrukt dat de indeling van de Startblock-woning vanaf het begin consistent is gebleven.
Een essentieel onderdeel van de herstructurering was de rol van de ‘Poldercrowd’, regionale ondernemers die eerder financiering verstrekt hadden. Hun vreemd vermogen werd omgezet in preferente aandelen, waardoor de rente lasten werden verminderd. Hierdoor wist Startblock eind 2024 een doorstart te maken. Door het faillissement in 2025 moesten de financiers, ondanks hun inspanningen, hun investeringen uiteindelijk afschrijven.
‘Alles of niets’
Het verkoopteam heeft inmiddels zijn werkzaamheden gestaakt, maar heeft wel beslag gelegd op de bankrekening van het bedrijf. Spronk stelt dat de samenwerkingsovereenkomst met Birds-Nest voor zijn tijd is afgesloten, maar dat er sprake was van een onwerkbare relatie. De samenwerking bleek te grootse eisen te stellen en onvoldoende bij te dragen aan de verkoop.
De beslaglegging door Birds-Nest heeft het zoeken naar een koper bemoeilijkt, zeggen aandeelhouders. Hierdoor haakten potentiële partijen af.
Overcapaciteit in de markt
Een andere reden voor het afhaken van investeerders is de overcapaciteit in de markt. Bestaande woningfabrieken in Nederland draaien vaak op een fractie van hun capaciteit door strenge regelgeving rond fabrieksgebouwde woningen. Hoewel de woningen technisch snel te bouwen zijn, leidt de regelgeving vaak tot jarenlange vertragingsprocessen. Spronk stelt dat meerdere partijen in de industriële woningbouw met vergelijkbare problemen kampen.
Andere organisatie
Heijmans en Van Wijnen, beide actief in de fabriekshuisvesting, herkennen zich niet in de claims over capaciteitsproblemen. Volgens een woordvoerder van Heijmans wordt hun productie aangepast aan binnenkomende opdrachten, waardoor er geen sprake is van overcapaciteit. Van Wijnen bevestigt deze stelling en noemt hun netwerkstructuur een reden voor succesvol projectbeheer.
Potentiële koper
Er was echter wel een potentiële koper, houtbouwer Roy Turksema, die met zijn bedrijf Prefab Noord Veluwe ook te maken kreeg met faillissement. Turksema legt uit dat het niet doorgaan van de aankoop van Startblock te wijten is aan een gebrek aan geduld van de curator. Hij kondigde begin februari een doorstart aan, die echter werd ontkracht in vakblad Houtwereld. Turksema is inmiddels van plan om zijn eigen houtproductie in Indonesië te starten.
Turksema stelt ook rechten te hebben op kosten die hij heeft gemaakt tijdens het proces, terwijl er vraagtekens bestaan over de doorstart van een project in Dordrecht. De gemeente heeft extra miljoenen uitgegeven om woningen te houden, maar Turksema vraagt zich af of deze toestemming wel juist was.
Nieuwe opdracht
Spronk beweert dat de gemeente Dordrecht rechtmatig handelde door het voormalige lid van Startblock, Henk Visscher, voor het afbouwen van woningen te benaderen. De gemeente heeft na zorgvuldig onderzoek en goedkeuring van de rechter de benodigde zaken overgenomen uit de boedel.
Intellectueel eigendom
Turksema betwijfelt de rechtmatigheid van deze beslissing en overweegt een extern onderzoek naar mogelijke faillissementsfraude. Hij beweert dat het intellectuele eigendom van Startblock bij zijn holding ligt en wil zijn productiecapaciteit in Lelystad opvoeren.
Spronk stelt echter dat Turksema geen recht kan doen gelden op het intellectuele eigendom, omdat hij niet in staat is geweest om de financiering voor de overname rond te krijgen, ondanks uitstel van betaling van de curator.
Krachten bundelen
Alle betrokken partijen zijn het er echter over eens dat de fragmentatie van de markt een structureel probleem is dat de woningnood verergert. Spronk wijst erop dat het bundelen van krachten richting gemeenten belangrijke kansen biedt voor kleinere ondernemers. Dit illustreert dat, terwijl industrieel bouwen potentieel heeft, het model kwetsbaar blijkt zonder goed afgestemde vergunningprocessen en financieringsstructuren.