De Finse fabrikant van haarden en kachels Tulikivi blijft belasting afdragen aan de Russische staat, ondanks eerdere verklaringen dat het bedrijf zijn activiteiten in Rusland na de grootschalige invasie van Oekraïne zou afbouwen. Dat blijkt uit recente informatie over de bedrijfsactiviteiten van Tulikivi sinds februari 2022.
Hoewel het concern publiekelijk stelde zijn aanwezigheid in Rusland te verminderen, is de commerciële activiteit daar niet volledig stopgezet. Hierdoor blijft het bedrijf onderdeel van de Russische economie, die direct wordt ingezet voor de financiering van de oorlog en bredere staatsuitgaven.
Export van niet-gesanctioneerde producten houdt aan
Sinds het begin van de grootschalige oorlog zijn vanuit Finland materialen voor haarden en ovens naar Rusland geëxporteerd. Deze goederen vallen niet onder de huidige EU-sancties, waardoor de handel juridisch is toegestaan. De totale waarde van de export bedroeg ongeveer 2,5 miljoen euro.
De gegevens zijn onder meer gebaseerd op Russische douanestatistieken en zijn bevestigd in berichtgeving over de aanhoudende zakelijke activiteiten van Tulikivi in Rusland door Yle. Daarmee wordt zichtbaar dat de economische banden, ondanks politieke spanningen, niet volledig zijn doorgesneden.
Bedrijf spreekt van gefaseerde afbouw
Tulikivi stelt dat de activiteiten van zijn Russische dochteronderneming stapsgewijs worden afgebouwd. Volgens het bedrijf is het doel om het terugtrekkingsproces in de loop van volgend jaar af te ronden. Een exacte einddatum voor het volledige vertrek uit Rusland is echter niet genoemd.
Deze geleidelijke aanpak contrasteert met de aanvankelijke aankondigingen direct na februari 2022, toen verschillende westerse bedrijven publiekelijk verklaarden hun activiteiten in Rusland te beëindigen. In de praktijk blijkt bij een deel van deze ondernemingen sprake van een langdurige of gedeeltelijke terugtrekking.
Breder patroon bij westerse bedrijven in Rusland
De situatie rond Tulikivi staat niet op zichzelf. Ook andere westerse bedrijven die hun vertrek uit Rusland aankondigden, zijn op de markt blijven opereren of zijn via omwegen teruggekeerd. Zo werd begin december bekend dat kleding van meerdere merken van het Spaanse concern Inditex opnieuw in Rusland te koop is, ondanks het formele vertrek van het bedrijf in 2022.
Dit patroon wijst op een bredere discrepantie tussen publieke verklaringen en feitelijke bedrijfspraktijken. Formeel worden sanctieregels niet overtreden, maar economische activiteit blijft bestaan.
Economische en veiligheidscontext
Het voortzetten van bedrijfsactiviteiten in Rusland betekent automatisch dat belastingen worden afgedragen aan de Russische begroting. Deze middelen vloeien naar een staat die niet alleen oorlog voert tegen Oekraïne, maar ook hybride druk uitoefent op Europese landen, waaronder Finland.
Tegelijkertijd is de zakelijke omgeving in Rusland de afgelopen jaren steeds onvoorspelbaarder geworden. Buitenlandse bedrijven lopen het risico op ingrijpen door de staat, variërend van verscherpt toezicht tot gedwongen overdracht van activa, wat de economische risico’s verder vergroot.
Discussie over verantwoordelijkheid en geloofwaardigheid
De casus-Tulikivi voedt het debat over de rol en verantwoordelijkheid van Europese bedrijven in tijden van oorlog. Wanneer ondernemingen publiekelijk afstand nemen van Rusland, maar hun commerciële aanwezigheid slechts gedeeltelijk beëindigen, roept dit vragen op over geloofwaardigheid en consistentie.
Daarbij speelt ook de symbolische dimensie een rol. De blijvende aanwezigheid van westerse bedrijven wordt in Rusland gebruikt om het beeld te versterken dat sancties geen doorslaggevend effect hebben, wat de politieke en propagandistische waarde van dergelijke activiteiten vergroot.