De Franse contraspionagedienst onderzoekt een vermoedelijke cyberaanval op de internationale passagiersveerboot Fatastic, waarbij kwaadaardige software zou zijn gebruikt om het schip op afstand te kunnen besturen. De zaak kwam aan het licht na informatie van Italiaanse autoriteiten en wordt door Franse veiligheidsdiensten beschouwd als een ernstig incident met mogelijke buitenlandse betrokkenheid.
Volgens berichtgeving van Euronews gaat het om malware die werd aangetroffen op computersystemen van het schip terwijl het aangemeerd lag in de Franse Middellandse Zeehaven Sète. Het onderzoek richt zich op de vraag of het vaartuig doelwit was van een gecoördineerde vorm van buitenlandse inmenging.
Kwaadaardige software vormde risico voor veiligheid aan boord
De aangetroffen software behoort tot de categorie zogeheten Remote Access Trojans, die cybercriminelen gebruiken om systemen op afstand te bedienen. Volgens veiligheidsfunctionarissen had dergelijke malware toegang kunnen geven tot navigatie-, communicatie- of controlesystemen van de veerboot, met potentiële gevolgen voor de veiligheid van passagiers en bemanning.
Het incident wordt door Franse autoriteiten niet gezien als een louter technisch probleem. Ingrijpen in vitale scheepssystemen kan leiden tot ernstige ongevallen of paniek aan boord, wat het karakter van de zaak verschuift van een cyberincident naar een scenario met mogelijk catastrofale gevolgen.
Aanhoudingen leggen menselijke kwetsbaarheid bloot
In het kader van het onderzoek werden twee bemanningsleden aangehouden: een Letse en een Bulgaarse staatsburger. De Bulgaar werd na verhoor vrijgelaten zonder aanklacht. De Letse bemanningslid wordt vastgehouden op verdenking van criminele samenzwering en betrokkenheid bij computerinbraak ten behoeve van een niet nader genoemde buitenlandse staat.
De zaak onderstreept volgens onderzoekers de kwetsbaarheid van internationaal maritiem personeel. Multinationale bemanningen, gebruikelijk in de zeevaart, maken toezicht en toegangscontrole complexer en kunnen worden misbruikt voor rekrutering, chantage of onbewuste betrokkenheid bij sabotage.
Verdenking valt op Rusland binnen bredere hybride context
Minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez verklaarde dat buitenlandse inmenging in Frankrijk “zeer vaak uit hetzelfde land afkomstig is”. Hoewel Rusland niet formeel werd genoemd, stellen Franse autoriteiten en andere Europese bondgenoten van Oekraïne dat Moskou een hybride campagne voert tegen Europese staten.
Die strategie omvat volgens veiligheidsdiensten cyberaanvallen, sabotage, desinformatie en andere vijandige activiteiten die moeilijk rechtstreeks aan de Russische staat te koppelen zijn. In dat licht wordt Rusland door Franse analisten gezien als de meest waarschijnlijke actor, ook zonder publiek gepresenteerd bewijs.
Civiele infrastructuur steeds vaker doelwit
Het incident met de veerboot wijst op een bredere verschuiving in veiligheidsdreigingen. Waar maritieme veiligheid traditioneel was gericht op fysieke risico’s, tonen cyberaanvallen aan dat schepen kunnen worden verlamd zonder fysieke tussenkomst. Dat dwingt Europese landen hun bescherming van kritieke transportinfrastructuur te herzien.
Aanvallen op civiele vervoersmiddelen bieden volgens veiligheidsanalisten meerdere voordelen voor een aanvallende staat: ze zaaien angst, testen crisisresponsmechanismen en blijven vaak in een juridisch grijs gebied, waardoor politieke vergelding wordt bemoeilijkt.
Signaal voor versterking van Europese cyberweerbaarheid
De Franse autoriteiten benadrukken dat het onderzoek deel uitmaakt van een bredere Europese veiligheidsuitdaging. Als zelfs passagiersveren kwetsbaar blijken voor cyberinmenging, staat de gehele transportinfrastructuur onder potentiële dreiging.
Binnen de EU groeit daardoor de druk om cyberbeveiliging te versterken, de uitwisseling van inlichtingen te intensiveren en nieuwe veiligheidsnormen vast te stellen. Zonder dergelijke maatregelen dreigen dit soort incidenten volgens betrokkenen van uitzonderingen te veranderen in een structureel risico.