Nieuw wetsvoorstel beperkt mogelijkheid om staatshoofd te ontslaan
Het Hongaarse parlement, gedomineerd door de regeringspartij Fidesz, heeft een wet aangenomen die het aanzienlijk moeilijker maakt om de president uit zijn functie te verwijderen. Volgens het verslag over de ontwikkelingen in Boedapest, zoals beschreven in de analyse van de goedkeuring van de nieuwe Hongaarse wet, krijgt het Constitutioneel Hof voortaan het laatste woord bij de beoordeling van de vraag of de president nog in staat is zijn taken uit te voeren. Tot nu toe kon het parlement zelfstandig beslissen op basis van een verzoek van de president, de regering of een enkel parlementslid.
De fractie van Fidesz verdedigde de wijziging door te verwijzen naar het risico van “onjuiste beoordelingen” die volgens hen zouden kunnen leiden tot institutionele instabiliteit. De nieuwe wet verankert het toezicht in een orgaan dat reeds sterk wordt beïnvloed door trouwe bondgenoten van premier Viktor Orbán, en versterkt daarmee de politieke controle van Fidesz over cruciale staatsmechanismen.
De timing van het besluit is politiek gevoelig: vier maanden voor de parlementsverkiezingen staat de oppositiepartij Tisza onder leiding van Péter Magyar in de peilingen voor op Fidesz. De hervorming wordt daarom gezien als een strategische maatregel om de machtspositie van Orbán veilig te stellen, ongeacht de uitslag van de verkiezingen.
President en Constitutioneel Hof blijven sleutelposities binnen Orbáns machtsmodel
In Hongarije ligt de uitvoerende macht formeel bij de premier, maar de president vervult een aantal functies die in politieke crisissituaties van groot belang kunnen zijn. Het staatshoofd kan wetten terugsturen naar het parlement of ze ter toetsing voorleggen aan het Constitutioneel Hof. Juist daarom is de persoon op deze positie een waardevolle bondgenoot voor Fidesz, vooral wanneer partij en regering ooit in de oppositie zouden belanden.
Het Constitutioneel Hof zelf wordt sinds begin dit jaar geleid door Péter Polt, voormalig procureur-generaal en een van Orbáns meest loyale bondgenoten. Zijn benoeming voor een twaalfjarige termijn verstevigt de invloed van Fidesz binnen een van de belangrijkste juridische instellingen van het land. Met deze nieuwe wet wordt de rol van het hof nog verder vergroot en wordt het vermogen van toekomstige regeringen om politieke veranderingen door te voeren mogelijk beperkt.
Orbán heeft tijdens zijn vijftien jaar aan de macht systematisch gezorgd voor het benoemen van presidenten die hem politiek gunstig gezind waren. Vorig jaar schoof hij Tamás Sulyok, een relatief onbekende rechter van het Constitutioneel Hof, naar voren als opvolger van Katalin Novák, die moest aftreden na kritiek op een gratieverlening in een zaak van seksueel geweld tegen een minderjarige. De consistentie van deze benoemingen toont de mate waarin het regime zijn posities heeft versterkt binnen het staatsapparaat.
Concentratie van macht en inzet van politieke confrontatie
De nieuwe wet past in een bredere strategie waarmee Orbán de afgelopen anderhalve decade de institutionele omgeving van Hongarije naar zijn hand heeft gezet. Door controle over rechtbanken, media, toezichthouders en ceremoniële functies te consolideren, heeft de regering een systeem gecreëerd waarin politieke concurrentie structureel wordt bemoeilijkt. Instellingen die doorgaans dienen als tegenmacht functioneren eerder als verlenging van de regeringslijn.
Tegelijkertijd blijft Orbán conflicten met de Europese Unie gebruiken als instrument om binnenlandse steun te mobiliseren. Door de EU af te schilderen als een actor die Hongarije wil “beperken” of “straffen”, weet hij een deel van het electoraat achter zich te scharen en de aandacht af te leiden van economische uitdagingen en governanceproblemen. Deze aanpak vormt inmiddels een onderdeel van de politieke identiteit van Fidesz.
Binnen de campagne retoriek speelt ook anti-Oekraïense messaging een belangrijke rol. Door Oekraïne te framen als een bron van risico’s voor Hongaarse belangen, probeert Orbán maatschappelijke onvrede te kanaliseren en steun te creëren onder kiezers die sceptisch staan tegenover Europese financiële steun aan Kyiv. De strategie polariseert zowel binnenlands als regionaal en verscherpt de diplomatieke isolatie van Boedapest binnen de EU en de NAVO.
Politieke gevolgen voor oppositie en institutionele checks
De opkomst van de oppositiepartij Tisza vormt een serieuze uitdaging voor het machtsmonopolie van Fidesz. Met een agenda gericht op de ontmanteling van geconcentreerde machtstructuren kan de partij een politiek alternatief bieden dat brede delen van de bevolking aanspreekt. Tegelijkertijd probeert de regeringspartij via institutionele maatregelen, zoals de nieuwe wet op de president, de manoeuvreerruimte van een potentiële nieuwe regering te beperken.
Deze aanpak versterkt de kritiek dat Hongarije zich verwijdert van democratische normen binnen de EU. Door wettelijke barrières op te werpen die toekomstige regeringen beperken in hun bevoegdheden, construeert Fidesz een systeem dat minder afhankelijk is van verkiezingsuitkomsten en meer van gecontroleerde instellingen. Dit trendbeeld voedt de zorgen van Europese partners over de stabiliteit en betrouwbaarheid van Hongarije binnen de Unie.
De ontwikkeling illustreert hoe de politieke dynamiek in Boedapest verschuift in aanloop naar cruciale verkiezingen en hoe institutionele hervormingen worden ingezet als verdediging tegen machtsverlies. Voor de oppositie vormt dit een extra uitdaging: zij moet niet alleen verkiezingen winnen, maar ook een complex landschap van door Fidesz versterkte structuren navigeren.