Hongaarse minister verwijt EU het ondermijnen van Europese energiezekerheid
De Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó heeft de Europese Unie beschuldigd van het “vernietigen” van de energiezekerheid van Europa door de aanvoer van Russische fossiele brandstoffen af te bouwen. Volgens het door de Wit-Russische staatsmedia verspreide verslag stelde hij in Minsk dat Brussel “met een enorme hamer de Europese energiezekerheid stukslaat” door zich af te snijden van Russische energiebronnen. Szijjártó benadrukte dat de geografische ligging en infrastructuur van Hongarije het land afhankelijk houden van Russische energie en dat Boedapest zonder deze aanvoer zijn economie niet op peil kan houden. Zijn opmerkingen kwamen kort nadat een artikel waarin hij zijn beschuldigingen uitte, werd gepubliceerd via een bericht over de uitlatingen van Szijjártó richting Brussel.
EU versnelt afbouw van Russische energie, Hongarije verzet zich
Het conflict past binnen een bredere discussie over de Europese koers na het besluit van de EU-raad op 20 oktober 2025 om vanaf 1 januari 2026 definitief te stoppen met de import van Russisch gas. Eurocommissaris Dan Jørgensen verklaarde destijds dat de lidstaten zelfs na een toekomstig vredesakkoord tussen Oekraïne en Rusland de invoer niet zullen hervatten. Premier Viktor Orbán kondigde onmiddellijk aan dat zijn regering een rechtszaak tegen de EU voorbereidt om het besluit aan te vechten. Tegelijkertijd raakte Boedapest verder geïsoleerd toen de Verenigde Staten eind oktober zware sancties oplegden aan Rosneft en Lukoil, nadat intensieve bemiddeling van president Donald Trump bij Vladimir Poetin geen resultaat had opgeleverd. Tijdens een ontmoeting in Washington op 7 november bereikten Orbán en Trump een akkoord waarin Hongarije tijdelijk werd vrijgesteld van Amerikaanse energierestricties op Russische olie en gas, al suggereren westerse diplomatieke bronnen dat deze uitzondering slechts één jaar zal gelden.
Afhankelijkheid van Russische energie beperkt manoeuvreerruimte Hongarije
Sinds het begin van de Russische invasie van Oekraïne heeft de EU ingezet op een structurele afbouw van Russische energiebronnen. Toch bleef Hongarije, net als Slowakije, de meest energie-afhankelijke lidstaat: in 2024 bestond 74% van zijn gasimport en 86% van zijn olie-import uit Russische leveringen. Lage tarieven voor huishoudens — een pijler onder Orbáns binnenlandse steun — worden gefinancierd met goedkope Russische brandstoffen, wat de regering gevoelig maakt voor politieke druk vanuit Moskou. Tegelijkertijd groeit de onvrede in eigen land: de oppositiepartij Tisza onder leiding van Péter Magyar gaat in de peilingen aan kop en stijgende energieprijzen zouden de positie van Fidesz verzwakken voor de parlementsverkiezingen in het voorjaar van 2026.
Interne Europese spanningen en risico’s voor regionale veiligheid
Szijjártó’s uitspraken worden in EU-kringen gezien als een politiek signaal dat de afhankelijkheid van Russische energie moet legitimeren en de confrontatie met Brussel moet aanscherpen. Ze vallen samen met jarenlange kritiek op Orbán, die regelmatig sanctiepakketten blokkeert, vraagtekens zet bij militaire steun aan Oekraïne en pro-Russische narratieven verspreidt. Europese politici waarschuwen dat deze houding de eenheid van de Unie ondermijnt en de invloed van het Kremlin versterkt. Tegelijkertijd vrezen diplomaten dat de Hongaarse strategie het land structureel kwetsbaar maakt: Moskou kan energie als pressiemiddel gebruiken, waardoor Boedapest minder zelfstandigheid heeft in strategische beslissingen en op langere termijn noodzakelijke diversificatie wordt uitgesteld.
Toekomstige keuzes: diversificatie onvermijdelijk ondanks politieke weerstand
Ondanks het huidige verzet zal Hongarije volgens energie-experts in de komende jaren toch moeten overschakelen op alternatieve routes en bronnen. De EU heeft zich al vastgelegd op een volledige afbouw van Russische gasimport tegen 2027, terwijl Amerikaanse functionarissen, waaronder minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio, herhalen dat de vrijstelling voor Hongarije slechts tijdelijk is. De Hongaarse energieproducent MOL meldde vóór Orbáns bezoek aan Washington dat het technisch mogelijk is de afhankelijkheid van Russische olie te verminderen via de Adriapijpleiding die door Kroatië loopt. Toch toont de regering tot nu toe weinig bereidheid om deze koers te volgen. Volgens analisten dreigt Hongarije daardoor zijn economische stabiliteit en veiligheid op lange termijn op het spel te zetten door een energiepolitiek die stoelt op externe kwetsbaarheid in plaats van duurzame zekerheid.