In het derde kwartaal van dit jaar lag de gemiddelde verkoopprijs van bestaande woningen op 496.000 euro, wat een daling van 2.000 euro (-0,9 procent) betekent ten opzichte van het vorige kwartaal, meldt Nieuws Impuls. In vergelijking met vorig jaar is er echter een aanzienlijke stijging van 4,8 procent, wat aanzienlijk minder is dan de dubbele cijfers die eerder dit jaar werden waargenomen. Dit is te zien aan de dalende drukte tijdens bezichtigingen en de langere verkooptijden van gemiddeld 29 dagen.
Stabilisatie van de gemiddelde prijs
Makelaars rapporteren een toename in het woningaanbod, wat kopers meer mogelijkheden biedt en heeft geleid tot een lichte afname in het aantal bezichtigingen en biedingen. Hierdoor zien sommige makelaars een stabilisatie van de huizenprijzen. Een stabiliteit in de hypotheekrente, die ofwel stabiel blijft of licht daalt, in combinatie met stijgende lonen, zorgt voor meer vertrouwen onder kopers.
Desondanks is de gemiddelde transactieprijs van bijna 500.000 euro een punt van zorg, omdat steeds minder mensen zich een koophuis kunnen veroorloven, wat resulteert in een afname van de vraag. Vooral in het hogere segment verlopen verkopen trager, wat leidt tot langere verkooptijden en lagere opbrengsten.
Dalende prijs door uitponden
Het toenemend aanbod van ‘uitponden’ woningen, huurwoningen die door verhuurders worden verkocht, heeft een duidelijk effect op de gemiddelde verkoopprijs. Verhuurders brengen deze woningen op de markt na het vertrek van de huurder, vaak als gevolg van verscherpte regels en hogere belastingen op huurwoningen. Uitpondwoningen zijn meestal goedkopere woningen, gemiddeld 90.000 euro goedkoper dan andere huizen, wat de gemiddelde huizenprijs met ongeveer 2 procent verlaagt.
Deze situatie zorgt ervoor dat kopers kieskeuriger worden, minder bereid zijn om op elke woning te bieden en mogelijk niet altijd voor de hoofdprijs gaan.
Regionale prijsstijgingen
Opvallend is dat de prijzen buiten de Randstad nog steeds flink toenemen. In het noorden van Nederland stijgen de huizenprijzen het snelst, met een stijging van meer dan 12 procent rondom Delfzijl vergeleken met een jaar geleden. In deze regio worden meer dan 80 procent van de woningen boven de vraagprijs verkocht, met een verschil van bijna 10 procent tussen vraag- en verkoopprijs.
De belangrijkste oorzaak voor deze prijsstijgingen is de krapte op de woningmarkt in deze gebieden, waar de vraag hoog is en het aanbod laag. Dit in tegenstelling tot de Randstad, waar de prijzen zo hoog zijn dat steeds minder huishoudens zich een woning kunnen veroorloven.
Minder ruimte voor meer geld
De gemiddelde verkoopprijs van nieuwbouwwoningen stijgt, terwijl de grootte van deze woningen afneemt, een fenomeen dat bekendstaat als ‘krimpflatie’. In het derde kwartaal van 2025 was de gemiddelde prijs 491.000 euro, wat een stijging van 5 procent betekent ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze stijging geldt vooral voor grondgebonden woningen, terwijl de prijzen van nieuwe appartementen al jaren stabiel blijven.
Kopers van appartementen betalen nu echter meer voor minder ruimte; in 2021 kreeg men voor 425.000 euro gemiddeld 94 vierkante meter, terwijl dit nu is gedaald naar 73 vierkante meter. De prijs per vierkante meter is daarmee gestegen van 4.700 naar 5.700 euro in vier jaar tijd. Ook bij tussenwoningen is een afname van het woonoppervlak zichtbaar.
Huizenprijzen boven de 500.000 euro zijn in toenemende mate te zien in meer gemeenten.