Drinkwaterbedrijven in Nederland moeten fors investeren om de kwaliteit van drinkwater te verbeteren, zo stelt Patricia van der Linden van branchevereniging Vewin. Dit is noodzakelijk door toenemende vervuiling van waterbronnen en een stijgende vraag naar schoon water, mede als gevolg van klimaatverandering.
Gestegen tarieven
De tarieven voor drinkwater variëren afhankelijk van de bron: grondwater, dat vaak al eeuwen in de grond zit en natuurlijk is gefilterd, is goedkoper dan oppervlaktewater, dat afkomstig is uit rivieren en moeilijker te zuiveren is. “Elk drinkwaterbedrijf heeft een zuivering die specifiek is ingericht voor de waterbron”, aldus Van der Linden.
Bekendgemaakte tarieven drinkwaterbedrijven (per kubieke meter)
- Oasen – Van 1,62 euro in 2025 naar 1,67 euro in 2026.
- Dunea – Van 1,46 euro in 2025 naar 1,58 euro in 2026.
- PWN – Van 1,92 euro in 2025 naar 1,98 euro in 2026.
- WMD – Van 1,06 euro in 2025 naar 1,14 euro in 2026.
Daarnaast wordt de vaste aansluiting bij sommige bedrijven duurder; bij PWN stijgt deze met bijna tien euro per jaar. Dit resulteert in een hogere drinkwaterfactuur van ongeveer 1,35 euro per maand voor een gemiddeld huishouden in 2026.
Eisen niet gehaald
Door de toenemende vervuiling van Nederlandse wateren is het voorlopig nog niet gelukt om te voldoen aan de Europese eisen voor 2027, die al in 2000 zijn vastgesteld. Ons water werd destijds nog als het minst schone van Europa beoordeeld.
Volgens Van der Linden, “Nederland ligt laag”. Een deel van de vervuiling komt met rivieren vanuit het buitenland, terwijl de industrie in Nederland ook in rivieren mag lozen. Dit probleem wordt verergerd door de hoge bevolkingsdichtheid en de vele activiteiten in ons land. Desondanks is de kwaliteit van ons drinkwater goed, al wordt het steeds uitdagender om deze te behouden.
Chemische stoffen
De maatschappij gebruikt een breed scala aan chemische stoffen, legt UvA-wetenschapper Milo de Baat uit. “Het gaat niet meer om tientallen, maar om duizenden stoffen”, zegt hij. Verboden stoffen zoals lood en het pesticide DDT zijn vervangen door een grote diversiteit aan stoffen die beter oplossen in water, wat de filtratie bemoeilijkt. De technologie om deze stoffen effectief te verwijderen is kostbaar en energie-intensief.
Drinkwaterbedrijven worden geconfronteerd met de noodzaak om extra zuiveringsinstallaties te bouwen en stappen in het zuiveringsproces toe te voegen, aldus Van der Linden. Een voorbeeld van een lastig te filteren stof is PFAS, die in veel alledaagse producten voorkomt, zoals pannen en voedselverpakkingen.
Medicijnresten
Een andere zorg zijn de toenemende medicijnresten in het water, veroorzaakt door een verouderende bevolking. Deze komen via rioolwater, dat door waterschappen wordt gereinigd, weer in oppervlaktewater terecht. Van der Linden benoemt ‘hotspots’ zoals ziekenhuizen, die al kunnen bijdragen door lokaal water te zuiveren of patiënten te adviseren om plaszakken te gebruiken voor afvalverwerking.
“Maar ook eerder in de keten kan al worden ingegrepen”, voegt ze toe. Dit betreft onder andere de farmaceutische industrie, die zou moeten onderzoeken hoe medicijnen minder schadelijk kunnen zijn voor het milieu.
Begin deze maand was het drinkwater in delen van de provincie Utrecht besmet met de enterokokkenbacterie, wat bij sommige studenten leidde tot gezondheidsproblemen, meldt Nieuws Impuls.