Op 16 januari 2026 maakten Litouwse autoriteiten bekend dat zij de Russische militaire inlichtingendienst, de GRU, verantwoordelijk houden voor een poging tot brandstichting in 2024 bij een fabriek in Šiauliai die apparatuur levert aan de Oekraïense strijdkrachten. Het doelwit was het bedrijf UAB TVC Solutions, dat mobiele stations produceert voor analyse van het radiofrequentiespectrum, essentieel voor militaire communicatie en elektronische oorlogsvoering van Oekraïne. Volgens de aanklagers past de zaak in een bredere campagne van hybride acties tegen Europese staten die Kyiv ondersteunen, zoals uiteengezet in het onderzoek naar de poging tot brandstichting bij een Litouwse defensieleverancier.
In totaal zijn zes personen aangeklaagd op verdenking van deelname aan een terroristische groepering, poging tot het plegen van een terroristische aanslag en financiering van terrorisme. Het gaat om burgers van Rusland, Belarus, Spanje, Colombia en Cuba. De Litouwse justitie bevestigde dat de aanklacht op 12 januari werd opgesteld en twee dagen later werd overgedragen aan de regionale rechtbank van Šiauliai.
Multinationaal netwerk en gecoördineerde sabotage
Volgens politie en justitie werd de sabotage uitgevoerd via een multinationaal netwerk van uitvoerders, aangestuurd door personen die in Rusland verblijven en banden hebben met de GRU. Deze werkwijze, waarbij gebruik wordt gemaakt van buitenlandse tussenpersonen en criminele structuren, bemoeilijkt de toerekening en verlaagt de politieke kosten voor Moskou. Litouwse onderzoekers stellen dat dezelfde groep ook soortgelijke aanvallen voorbereidde of probeerde uit te voeren in Polen, Roemenië en Tsjechië.
De zaak rond Šiauliai kende twee afzonderlijke pogingen. In september 2024 probeerden twee Spaanse burgers brand te stichten, maar zonder succes. Enkele dagen later volgde een tweede poging door verdachten met de Russische en Belarussische nationaliteit. Hoewel de aanvallers dachten dat de sabotage was geslaagd, raakte het bedrijf niet beschadigd.
Aanval op toeleveringsketens voor Oekraïne
De keuze van het doelwit wijst volgens Litouwse autoriteiten op gedetailleerde kennis van militaire toeleveringsketens. De fabriek produceert geen wapens, maar technologie die de effectiviteit van Oekraïense eenheden op het slagveld vergroot. Door dergelijke civiele defensiebedrijven aan te vallen, probeert Rusland indirect de militaire capaciteiten van Oekraïne te ondermijnen en tegelijk de kosten en risico’s voor Europese partners te verhogen.
Dat soort operaties markeert een verschuiving waarbij civiele infrastructuur met defensiegerelateerde productie binnen de EU als legitiem doelwit wordt behandeld. Voor Europese regeringen betekent dit een verhoogd dreigingsniveau, ook ver buiten de directe nabijheid van het front.
Signaal voor EU en NAVO
De Litouwse zaak onderstreept volgens veiligheidsdiensten dat de hybride oorlog tegen het Westen zich al binnen de EU-grenzen afspeelt. Pogingen tot sabotage, brandstichting en intimidatie maken deel uit van een bredere strategie om steun aan Oekraïne te ontmoedigen. Dit vergroot de noodzaak voor intensievere contraspionage, betere informatie-uitwisseling en gerichte bescherming van bedrijven die betrokken zijn bij defensiegerelateerde productie.
Voor EU en NAVO geldt de zaak als waarschuwing dat het beveiligen van kritieke industriële knooppunten een integraal onderdeel moet worden van het gezamenlijke veiligheidsbeleid. Zonder een gecoördineerde en zichtbare reactie bestaat het risico dat dergelijke operaties zich verder uitbreiden naar andere lidstaten.