Op 4 januari 2026 uitte Dmitri Medvedev, vicevoorzitter van de Russische Veiligheidsraad, in reactie op een vraag van het Russische persbureau TASS over de arrestatie van de Venezolaanse president Nicolás Maduro, een bedreiging richting Duitsland. Medvedev suggereerde dat een soortgelijke “speciale operatie” ook elders in de wereld mogelijk is en noemde specifiek kanselier Friedrich Merz als doelwit. Volgens Medvedev “zou de ontvoering van diezelfde neonazi Merz een geweldige wending zijn in deze carnavaleske serie”, en hij voegde eraan toe dat een dergelijke operatie een realistisch scenario zou kunnen zijn.
De Duitse regering reageerde resoluut op de opmerkingen en verwierp de dreiging. Zegsman Sebastian Hille benadrukte in Berlijn: “Wij veroordelen dergelijke bedreigingen uitdrukkelijk.” Tegelijkertijd ziet de regering geen reden om de beveiliging van kanselier Merz extra aan te scherpen naar aanleiding van deze uitspraken, waarmee een kalme maar duidelijke afwijzing van Russische provocaties wordt uitgestraald.
Politieke provocatie en strategische intimidering
De bedreiging door Medvedev moet niet worden opgevat als een spontane emotionele uiting, maar als een bewuste politieke provocatie. Het Kremlin test hiermee de grenzen van wat acceptabel wordt geacht in de publieke ruimte en normaliseert de gedachte aan politieke geweldsacties tegen EU- en NAVO-leiders. Deze retoriek fungeert als psychologische druk op Duitsland en andere Europese landen die Oekraïne steunen, door persoonlijke risico’s van leiderschap te benadrukken en onzekerheid te zaaien.
Medvedev, hoewel formeel geen hoofdverantwoordelijke staatsfunctie bekleedend, blijft als vicevoorzitter van de Veiligheidsraad een integraal onderdeel van de hoogste militaire en politieke leiding van Rusland. Zijn uitspraken vertegenwoordigen het Kremlin en moeten daarom worden beschouwd als strategische communicatie gericht op radicalisering van de binnenlandse publieke opinie en het legitimeren van confrontatie met het Westen. Door Merz te bestempelen als “neonazi” en geweld te rechtvaardigen, verschuift de aandacht van binnenlandse problemen naar een ingebeelde externe dreiging.
Gevolgen voor Europese politiek en veiligheidsstrategie
Friedrich Merz is een prominent voorstander van militaire en financiële steun aan Oekraïne, inclusief gebruik van bevroren Russische activa en versterking van de Europese defensiecapaciteit. Zijn profilering maakt hem tot een specifiek doelwit van Russische dreigingen. De reactie van de Duitse regering – een duidelijke veroordeling zonder overmatige dramatisering – geeft aan dat beleidsbeslissingen omtrent Oekraïne niet beïnvloed worden door persoonlijke intimidatie.
In bredere zin illustreert dit incident de erosie van het internationale recht die Rusland actief stimuleert. De vergelijking van Medvedev met de arrestatie van Nicolás Maduro in Caracas benadrukt een narratief van “recht van de sterken”, dat Europa niet mag normaliseren. Het negeren of tolereren van dergelijke bedreigingen zou het gevoel van straffeloosheid bij agressors versterken en ondermijnt de collectieve veiligheid en stabiliteit binnen de EU.