Afsluiting van Russische gasimport en Hongaarse reactie
De Hongaarse premier Viktor Orbán kondigde op 14 november 2025 aan dat zijn regering een rechtszaak zal aanspannen tegen de Europese Unie wegens het besluit om de import van Russisch gas geleidelijk stop te zetten. Hij noemde het besluit “kennelijk onwettig” en stelde dat Brussel probeert een nationale regering tot gehoorzaamheid te dwingen. Orbán verklaarde dat Hongarije zich tot het Europees Hof zal wenden en dat hij daarnaast “andere, niet-juridische middelen” onderzoekt om Brussel onder druk te zetten. Zijn uitspraken benadrukten opnieuw de groeiende spanning tussen Boedapest en de EU, vooral omdat alle lidstaten behalve Hongarije en Slowakije het besluit steunden.
Het EU-besluit werd eerder op 20 oktober 2025 bevestigd door de Europese Raad en voorziet in een volledig verbod op Russische gasimport vanaf 1 januari 2026. Energiecommissaris Dan Jørgensen benadrukte dat de EU niet zal terugkeren naar import uit Rusland, zelfs niet na een toekomstig vredesakkoord. Het besluit laat overgangsperioden toe voor bestaande contracten, maar beperkt aanpassingen strikt tot operationele doeleinden, om verdere afhankelijkheid van Rusland te voorkomen.
Strategische context en internationale druk
De afbouw van Russische gasimport maakt deel uit van een bredere Europese strategie om afhankelijkheid van Moskou te verminderen. Sinds de grootschalige aanval van Rusland op Oekraïne in 2022 daalde het aandeel van Russisch gas in het totale EU-verbruik van 45 procent naar ongeveer 13 procent in oktober 2025. Volgens Jørgensen moet het doel zijn geen enkele molecule Russische energie meer te importeren, een duidelijk signaal dat de EU afstand neemt van Russische invloed.
De internationale context versterkt de druk. In oktober 2025 kondigde de Amerikaanse president Donald Trump sancties aan tegen Rosneft, Lukoil en tientallen dochterondernemingen, die vanaf 22 november van kracht worden. De sancties richten zich niet alleen op producenten, maar ook op afnemers, wat risico’s creëert voor landen die blijven samenwerken met Russische energiebedrijven. Orbán beweerde na een ontmoeting met Trump dat Hongarije een permanente vrijstelling kreeg, maar Amerikaanse functionarissen benadrukten dat het slechts om een tijdelijke vrijstelling van één jaar gaat. Dit duidt op toekomstige risico’s voor Boedapest, dat vroeg of laat alternatieven zal moeten zoeken.
Energiepolitiek, binnenlandse belangen en structurele kwetsbaarheid
Ondanks beschikbare alternatieven blijft Hongarije afhankelijk van Russische energie. Boedapest heeft herhaaldelijk zijn vetorecht gebruikt om EU-sancties tegen Russische energie te blokkeren of te verzwakken, wat de eenheid van de Unie aantast. Voor de regering vormt betaalbare energie een sleutelonderdeel van haar binnenlandse politieke strategie: lage prijzen versterken Orbáns electorale positie, vooral in aanloop naar de parlementsverkiezingen in april 2026, waar de oppositiepartij Tisza momenteel hoger staat in de peilingen.
De Hongaarse oliemaatschappij MOL verklaarde onlangs dat de Adriatische pijpleiding tot 80 procent van de nationale oliebehoefte kan dekken, wat bewijst dat diversificatie technisch uitvoerbaar is. Toch blijft Orbán inzetten op het openhouden van Russische energiestromen, waarmee Hongarije politiek en economisch kwetsbaar blijft voor invloed vanuit Moskou. Deze koers staat lijnrecht tegenover de Europese strategie voor energiezekerheid en vergroot de isolatie van Hongarije binnen de EU. De beslissing om de EU voor het Hof te dagen markeert daarmee niet alleen een juridisch conflict, maar ook een politieke escalatie in een bredere strijd over de toekomst van het Europese energiebeleid.