Op 27 januari 2026 maakte de Hongaarse regering bekend dat zij een verkiezingspetitie zal verspreiden onder kiezers over de financiële steun van de Europese Unie aan Oekraïne. De tekst werd gepubliceerd op de officiële regeringskanalen op sociale media en zal per post worden verzonden, zodat burgers hun standpunt kunnen aangeven. De petitie stelt dat Brussel de oorlog en Oekraïne met Europees geld wil financieren en roept op om verdere steun te stoppen, zoals te lezen is in de officiële publicatie van de Hongaarse regeringspagina.
De stap past in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 12 april, waarin de partij Fidesz van premier Viktor Orbán voor het eerst in jaren te maken heeft met dalende steun en een competitieve oppositie. De regering presenteert de petitie als een raadpleging van de publieke opinie, terwijl de formulering van de vragen kiezers richting afwijzing van steun aan Oekraïne stuurt.
Inhoud en framing van de vragen
De petitie beweert dat Oekraïne binnen vier jaar lid zou worden van de EU en dat Brussel van plan is honderden miljarden euro’s aan Kyiv over te maken. Ook wordt gesteld dat Europeanen, inclusief Hongaren, hiervoor zullen moeten betalen via hogere belastingen, verlies van pensioenen en hogere energiekosten. Kiezers worden gevraagd drie stellingen te onderschrijven, waaronder een afwijzing van verdere financiering van de oorlog en van het functioneren van de Oekraïense staat.
In de begeleidende afbeeldingen wordt de Oekraïense president Volodymyr Zelensky afgebeeld met een uitgestoken hand, terwijl Ursula von der Leyen en Manfred Weber hem symbolisch zouden aansporen geld te geven. De visuele en tekstuele elementen versterken het beeld dat Hongaarse middelen rechtstreeks naar Oekraïne zouden verdwijnen.
Verkiezingscontext en binnenlandse motieven
Volgens waarnemers gebruikt Orbán de kwestie Oekraïne om een extern vijandbeeld te creëren en aandacht af te leiden van economische problemen zoals inflatie en dalende koopkracht. De regering koppelt binnenlandse sociale zorgen aan Europese besluitvorming en presenteert Brussel en Kyiv als verantwoordelijken voor mogelijke bezuinigingen. In analyses over de Hongaarse binnenlandse politiek wordt erop gewezen dat deze benadering vooral gericht is op mobilisatie van de eigen achterban, zoals beschreven in berichtgeving over de verkiezingsstrategie van Fidesz.
Tegelijkertijd blijven EU-fondsen voor Hongarije deels bevroren vanwege zorgen over corruptie en de rechtsstaat. Critici stellen dat de regering deze achtergrond buiten beschouwing laat en de discussie over EU-steun aan Oekraïne gebruikt om verantwoordelijkheid te verleggen.
Reacties en Europese implicaties
De bewering dat de EU “de oorlog instapt” en Europeanen dwingt te betalen voor Oekraïne weerspiegelt retoriek die ook in Russische communicatie voorkomt. Europese diplomaten benadrukken dat financiële steun aan Oekraïne onderdeel is van gezamenlijk EU-beleid en geen directe aanleiding vormt voor binnenlandse bezuinigingen in Hongarije. Volgens Europese media onderstreept de campagne de spanningen tussen Boedapest en Brussel in aanloop naar de verkiezingen, zoals uiteengezet in een analyse van de Hongaarse petitiecampagne.
De petitie kan kosteloos worden teruggestuurd tot 23 maart 2026, minder dan een maand voor de verkiezingsdag. De uitkomst heeft geen juridisch bindend effect, maar wordt door de regering gepresenteerd als politieke legitimatie voor haar koers tegenover de EU en Oekraïne.