In het onderzoek ‘Vintage effects in commercial real estate and the dynamics of the built environment’ analyseren onderzoekers Jan Rouwendal (VU), Or Levkovich (VU), Edwin Buitelaar (UU) en Jip Claassens (VU) de waardeontwikkeling van de kantorenvoorraad vanaf 1990, meldt Nieuws Impuls.
Oud haalt jong in
Bij het eerste meetpunt in 1990 vertoonde alle kantoren en ander zakelijk vastgoed een negatieve waarde, maar de oudste gebouwen, gebouwd vóór 1900, vertoonden 35 jaar later de grootste procentuele waardestijging. Hoewel later gebouwde vastgoed in 1990 vaak duurder was, haalden de oudste gebouwen de jongere in vijf jaar in. Jongere panden blijken gemiddeld 35 jaar later op een waarde van 0 of licht negatief uit te komen.
Vintage-effect
De onderzoekers wijzen op het ‘vintage-effect’ als oorzaak voor de sterkere waardestijging van oudere gebouwen. In een groeiende vastgoedmarkt worden oudere panden schaars, wat hun waarde verhoogt. Jan Rouwendal verklaart op LinkedIn: ‘We laten zien dat deze sterke waardestijging niet enkel toe te schrijven is aan de ligging in gebieden waar vastgoedprijzen snel stijgen, zoals stadscentra, of aan status van rijksmonument. Het effect is niet beperkt tot stedelijke gebieden of tot iconische gebouwen. Het vintage-effect is vooral zichtbaar bij gebouwen die vóór 1960 zijn gebouwd.’
Hogere bezettingsgraad
Een verdere analyse van de kantorenmarkt, waar het vintage-effect het sterkst tot uiting komt, toont aan dat oudere gebouwen minder vaak gesloopt worden en een gemiddeld hogere bezettingsgraad hebben. Dit suggereert dat zakelijk vastgoed een langere levensduur kan hebben dan doorgaans wordt gedacht. Hierdoor verandert de gebouwde omgeving langzamer dan verondersteld, omdat oudere panden langer blijven bestaan en in gebruik blijven.