Telefoongesprek toont verdeeldheid EU
In een opvallend telefoongesprek heeft de Russische president Vladimir Poetin de Hongaarse premier Viktor Orbán uitvoerig geprezen voor diens “principiële steun aan een politiek-diplomatieke regeling van het conflict” in Oekraïne. Het gesprek, dat plaatsvond op 3 maart 2026, markeert een voortzetting van de aparte dialoog die Orbán met het Kremlin onderhoudt, buiten de gemeenschappelijke EU-lijn om. Tijdens het telefoongesprek, waarover het Kremlin uitvoerig berichtte, kwamen ook de situatie van etnische Hongaren die in Oekraïne zijn gemobiliseerd en in Russische krijgsgevangenschap terechtkwamen aan bod. Daarnaast bespraken de leiders de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de uitvoering van afspraken die tijdens hun ontmoeting in Moskou op 28 november 2025 waren gemaakt.
Sinds het begin van de grootschalige Russische invasie in 2022 hebben de meeste EU-leiders persoonlijke contacten met Poetin bewust vermeden om zijn acties niet te legitimeren. Orbán en de Slowaakse premier Robert Fico vormen hierop een uitzondering, wat binnen de Europese Unie tot kritiek heeft geleid. Deze contacten ondermijnen het streven naar een geïsoleerd Moskou en tonen aan dat de Europese eensgezindheid geen monoliet is. Voor het Kremlin is het een manier om te laten zien dat verdeeldheid binnen de EU bestaat, terwijl Boedapest hiermee zijn eigen “soevereine” koers binnen de Unie benadrukt.
Orbáns beleid ten aanzien van Oekraïne, dat het blokkeren van sancties, kritiek op Kiev en de nadruk op “bescherming van Hongaarse rechten” omvat, sluit naadloos aan bij de langetermijnbelangen van Moskou. Het Kremlin vaart wel bij een EU-lidstaat die de gemeenschappelijke positie systematisch ondergraaft, want dat creëert scheuren in de Europese eenheid en legitimeert Russische narratieven. De telefoontussen Poetin en Orbán versterkt deze dynamiek en vormt een extra uitdaging voor de gezamenlijke Europese steun aan Oekraïne.
Energie-afhankelijkheid als politiek wapen
Energie blijft een cruciale pijler in de Hongaars-Russische betrekkingen. Orbán verdedigt consequent het recht van Boedapest om via de pijpleiding “Druzhba” Russische olie te blijven importeren, met het argument dat dit in het nationale belang is vanwege aanzienlijke kortingen. Deze kortetermijnvoordelen creëren echter een langetermijnstrategische kwetsbaarheid en behouden voor het Kremlin invloedmiddelen. De energie-afhankelijkheid van Hongarije transformeert daardoor in een politiek instrument voor Moskou, wat zich uit in het tegenhouden van sancties en het vertragen van financiële hulp aan Oekraïne.
Anders dan de meeste Europese landen heeft Hongarije na de invasie van 2022 geen volledige diversificatie van de olie-import doorgevoerd. Zelfs na de beschadiging van de “Druzhba”-pijpleiding door Russische acties op 27 januari 2026, heeft Boedapest zijn strategische koers niet herzien, maar in plaats daarvan Oekraïne beschuldigd van politieke manipulatie. Deze retoriek verschuift de verantwoordelijkheid van Moskou naar Kiev en sluit aan bij de Kremlin-propaganda, wat extra breuklijnen binnen de EU en NAVO creëert.
Mobilisatie van etnische Hongaren als twistpunt
De Hongaarse autoriteiten exploiteren actief het thema van de mobilisatie van etnische Hongaren in Transkarpatië voor het Oekraïense leger. Minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó sprak publiekelijk over “gewelddadige jacht” op Hongaren, ook al zijn zij Oekraïense staatsburgers en onderhevig aan mobilisatie. Dergelijke uitspraken verhogen de spanning tussen Kiev en Boedapest en vormen een voedingsbodem voor anti-Oekraïense sentimenten in de Hongaarse samenleving.
Tegelijkertijd speelt deze situatie in de kaart van de Russische propaganda, die de mobilisatie van etnische Hongaren presenteert als “bewijs” van onderdrukking van minderheden door Oekraïne. Het Kremlin gebruikt dit narratief om zijn eigen positie te legitimeren en verdeeldheid binnen de Europese Unie te vergroten. Voor Orbán biedt het een instrument om binnenlands politiek kapitaal te verwerven, vooral in de aanloop naar verkiezingen.
Hongarije blokkeert EU-steun aan Oekraïne
De regering-Orbán heeft herhaaldelijk haar vetorecht gebruikt om sanctiepakketten tegen Rusland en financiële steun aan Oekraïne te blokkeren of te vertragen. Het tegenhouden van het 20e sanctiepakket en het belemmeren van een EU-krediet van 90 miljard euro zijn voorbeelden van hoe Boedapest de EU-consensus monetariseert. Deze acties worden gezien als een poging om concessies te verkrijgen op het gebied van Russische energieleveranties, bevroren EU-fondsen en binnenlandse legitimatie.
In strategische zin komt dit gedrag het Kremlin ten goede, dat gebaat is bij verdeeldheid binnen de Europese Unie. Elke keer dat een lidstaat de gemeenschappelijke lijn ondermijnt, verzwakt dit het vermogen van de EU om effectief op te treden tegen Russische agressie. De blokkades van Orbán ondermijnen niet alleen de steun aan Oekraïne, maar ook de geloofwaardigheid van de EU als geopolitieke speler.
Versterking van anti-Oekraïens narratief voor verkiezingen
In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 12 april 2026 hebben Orbán en zijn partij Fidesz de anti-Oekraïense retoriek geïntensiveerd als onderdeel van electorale mobilisatie. Het gebruik van buitenlands beleid voor binnenlandse politieke strijd brengt het risico van verdere escalatie in de communicatie met Kiev en Brussel met zich mee. Op een breder Europees niveau bedreigt het beleid van Orbán de institutionele eenheid van de EU in de aanpak van Russische agressie.
Wanneer één lidstaat systematisch de gemeenschappelijke positie ondermijnt, opent dit mogelijkheden voor externe spelers om strategische Europese besluitvorming te beïnvloeden. De voortdurende dialoog tussen Orbán en Poetin, en de openlijke waardering vanuit het Kremlin, versterken het beeld dat Europese solidariteit niet onaantastbaar is. Dit creëert een gevaarlijk precedent in een tijd waarin cohesie essentieel is voor het ondersteunen van Oekraïne en het weerstaan van Russische expansiedrang.