De Poolse justitie onderzoekt de mogelijkheid om de Russische archeoloog Aleksandr Butjagin uit te leveren aan Oekraïne op verdenking van betrokkenheid bij de plundering van cultureel erfgoed op de door Rusland bezette Krim. Dat meldden het medium Vot Tak en de Poolse radiozender RMF24 op 9 januari 2026. Het Poolse openbaar ministerie heeft het Oekraïense uitleveringsverzoek inmiddels voorgelegd aan een districtsrechtbank in Warschau, waar Butjagin sinds december 2025 in voorlopige hechtenis zit, zoals blijkt uit berichtgeving van RMF24.
De advocaat van de verdachte verklaarde dat hij geen vertrouwen heeft in een eerlijk proces in Oekraïne. De Poolse rechtbank moet zich nu uitspreken over de juridische haalbaarheid van de uitlevering en de naleving van internationale rechtsnormen.
De zaak wordt gevolgd met grote aandacht, omdat zij raakt aan bredere vragen over oorlogsmisdaden, bescherming van cultureel erfgoed en internationale samenwerking op justitieel gebied.
Beschuldigingen rond illegale opgravingen op de Krim
Oekraïne beschuldigt Butjagin ervan zonder toestemming van de Oekraïense autoriteiten archeologische opgravingen te hebben uitgevoerd op de antieke site Myrmekion nabij Kertsj. Volgens het onderzoek zijn daarbij historische artefacten zoals munten, keramiek en gebruiksvoorwerpen opgegraven en vervolgens naar Rusland overgebracht.
Butjagin werkte als vooraanstaand medewerker van de Hermitage in Sint-Petersburg en leidde daar de afdeling antieke archeologie. De Oekraïense autoriteiten stellen dat zijn activiteiten deel uitmaakten van een systematisch patroon waarbij Russische instellingen archeologisch onderzoek organiseerden op bezet grondgebied.
Volgens internationaal recht mag op bezette gebieden geen archeologisch werk plaatsvinden zonder toestemming van de soevereine staat. Vergunningen die door bezettingsautoriteiten worden afgegeven, hebben geen rechtsgeldigheid.
Cultureel erfgoed en internationaal recht
Sinds de bezetting van de Krim heeft Rusland volgens Kyiv op grote schaal archeologische vondsten, museumcollecties en archieven uit Oekraïense instellingen overgebracht naar Russisch grondgebied. Dergelijke handelingen worden gezien als schendingen van het internationaal humanitair recht en verdragen inzake de bescherming van cultureel erfgoed.
Internationale normen, waaronder die van UNESCO, verbieden een bezettende macht om cultureel erfgoed te verplaatsen, te herclassificeren of zich toe te eigenen. Oekraïne stelt dat Rusland na het overbrengen van artefacten deze als “Russisch” heeft geregistreerd, waardoor de Oekraïense historische context werd uitgewist.
De zaak-Butjagin wordt door Oekraïense autoriteiten beschouwd als een illustratie van deze bredere praktijk van culturele toe-eigening.
Mogelijk precedent voor gerechtigheid en restitutie
Indien Polen besluit tot uitlevering en Oekraïne de zaak inhoudelijk kan behandelen, zou dat volgens juristen een belangrijk precedent scheppen. Het zou bevestigen dat individuele betrokkenheid bij de plundering van cultureel erfgoed op bezet gebied strafrechtelijk kan worden vervolgd, ongeacht academische status of institutionele positie.
Volgens waarnemers reikt het belang van de zaak verder dan één verdachte. Zij kan gevolgen hebben voor toekomstige claims rond restitutie van cultureel erfgoed en voor de internationale aanpak van misdrijven tegen cultureel bezit tijdens gewapende conflicten.
De Poolse rechtbank zal zich de komende tijd buigen over de argumenten van beide partijen en de verenigbaarheid van de uitlevering met Pools en internationaal recht, terwijl de uitkomst nauwlettend wordt gevolgd door Oekraïne en internationale erfgoedorganisaties.