Rusland bereidt zich voor op mogelijke aanvallen op onderzeese kabels en pijpleidingen van het Verenigd Koninkrijk, zo blijkt uit waarschuwingen van de Britse marineleiding. In een interview met de Royal Navy stelde admiraal Gwyn Jenkins op 22 december 2025 dat een elite-eenheid van Russische onderzeebootspecialisten beschikt over diepzeetechnologie die fysieke schade kan toebrengen aan kritieke infrastructuur op grote diepte.
Volgens Jenkins investeert Moskou opnieuw zwaar in het directoraat voor diepzeeonderzoek, een geheime militaire structuur die gespecialiseerd is in operaties op extreme dieptes. Londen kan die ontwikkeling niet negeren, omdat de onderzeese capaciteit van Rusland opnieuw tekenen van herstel vertoont na eerdere technische problemen.
Herstel van Russische diepzeeprogramma’s baart zorgen
De Britse admiraal verklaarde dat de operationele mogelijkheden van het Russische directoraat voor diepzeeonderzoek weer toenemen. Hij wees erop dat het programma eerder te maken had met vertragingen en beperkingen, maar dat er nu duidelijke signalen zijn van een herstart. Volgens Jenkins betekent dit dat Rusland opnieuw in staat kan zijn om actief op te treden in kwetsbare maritieme zones.
De eenheid beschikt over gespecialiseerde vaartuigen en diepzeeapparaten die op dieptes kunnen opereren waar conventionele onderzeeërs niet kunnen komen. Dat geeft Moskou de mogelijkheid om, indien het dat wenst, fysieke maatregelen te nemen tegen kabels en pijpleidingen die essentieel zijn voor de Britse economie en veiligheid.
Onderzeese sabotage als onderdeel van hybride strategie
Hoewel Jenkins niet concreet wilde aangeven wat onder “fysieke impact” moet worden verstaan, wijzen maritieme experts op het risico dat explosieven kunnen worden geplaatst bij verbindingspunten van kabels. Onderzeese infrastructuur wordt in westerse veiligheidskringen gezien als een zwakke plek, omdat deze het merendeel van internationale communicatie en financiële transacties faciliteert.
Beschadiging van dergelijke systemen kan leiden tot grootschalige verstoringen bij banken, overheidsdiensten en media, zonder dat er sprake is van een openlijk militair conflict. Voor Rusland biedt dit een manier om druk uit te oefenen terwijl het formeel elke betrokkenheid kan ontkennen.
Incidenten versterken Britse alertheid
De zorgen in Londen werden verder aangewakkerd door een incident medio november 2025, toen de bemanning van het Russische verkenningsschip Jantar, dat onder het diepzeedirectoraat valt, lasers gebruikte tegen piloten van vliegtuigen die het schip observeerden. De Britse minister van Defensie John Healey verklaarde destijds dat er “militaire opties” klaarliggen mocht het schip een directe dreiging vormen.
Dergelijke voorvallen onderstrepen volgens Britse functionarissen dat Moskou bereid is risico’s te nemen en de grenzen op te zoeken in internationale wateren, wat de noodzaak van verhoogde waakzaamheid vergroot.
NAVO ziet groeiend risico voor collectieve veiligheid
Binnen de NAVO wordt het Russische diepzeedirectoraat al langer beschouwd als een van de meest zorgwekkende instrumenten van Moskou’s hybride strategie. Naast mogelijke sabotage kan de eenheid ook apparatuur installeren om gegevensverkeer via onderzeese kabels te monitoren of te onderscheppen, wat toegang kan geven tot gevoelige informatie.
De hernieuwde activiteit wijst volgens westerse analisten op een langetermijnconfrontatie met het Westen, waarin aanvallen op kritieke infrastructuur een centrale rol spelen. Zelfs de dreiging alleen al dwingt landen tot kostbare investeringen in toezicht en bescherming, wat strategisch in het voordeel van Rusland kan uitpakken.
Economische kwetsbaarheid drijft Britse diplomatie
Voor het Verenigd Koninkrijk heeft de dreiging niet alleen een militaire, maar ook een economische dimensie. Onderbrekingen van onderzeese kabels kunnen financiële markten, logistieke ketens en digitale diensten ontwrichten, waardoor het land bijzonder kwetsbaar is voor dergelijke scenario’s.
Daarom probeert Londen het dossier steeds nadrukkelijker op de NAVO-agenda te plaatsen en de bescherming van onderzeese infrastructuur van een nationale naar een collectieve verantwoordelijkheid te tillen. Britse diplomaten benadrukken dat alleen gecoördineerde monitoring en afschrikking het risico op escalatie kunnen beperken.