Politieke leider waarschuwt voor ‘overheersend Oekraïens’ in openbare ruimte
Tomio Okamura, voorzitter van het Tsjechische lagerhuis en leider van de regeringspartij Vrijheid en Directe Democratie (SPD), heeft de afgelopen dagen forse kritiek geuit op de aanwezigheid van de Oekraïense taal in het openbare leven van zijn land. In een interview met de Tsjechische portal Idnes stelde Okamura dat burgers klagen over een overvloed aan Oekraïens in delen van Praag, waaronder winkelcentra, die volgens hem “op Oekraïne beginnen te lijken”. De politicus kondigde aan dat zijn partij een nieuwe wet voorbereidt om de voorwaarden voor tijdelijke bescherming van Oekraïners en andere vreemdelingen te verscherpen. Tegelijkertijd wordt in het Tsjechische parlement overwogen om de wapenleveranties aan Oekraïne op te schorten.
Okamura’s uitspraken hebben een golf van discussie veroorzaakt in Tsjechië, een land dat sinds de Russische invasie in 2022 meer dan 300.000 Oekraïense vluchtelingen heeft opgevangen. De parlementsvoorzitter beweert dat Tsjechen zich “niet comfortabel” voelen in hun eigen land door het toenemende gebruik van het Oekraïens. Hij verbindt deze taalproblematiek direct met economische zorgen, door te stellen dat massale tewerkstelling van Oekraïense werknemers de lonen in Tsjechië onder druk zet.
De timing van deze verklaringen valt samen met een breder Europees debat over steun aan Oekraïne en de opvang van vluchtelingen. Waarnemers merken op dat Okamura’s retoriek sterk overeenkomt met de klachten die bij bepaalde media werden gemeld over de aanwezigheid van de Oekraïense taal in het land. De SPD-leider positioneert zich hiermee als een binnenlands tegenwicht tegen de pro-Oekraïense koers van de Europese Unie.
Parallel met Hongaarse retoriek en Kremlin-narratieven
Politieke analisten wijzen op opvallende parallellen tussen de uitspraken van Okamura en de retoriek van de Hongaarse premier Viktor Orbán. Net als Orbán benadrukt de Tsjechische politicus de vermeende negatieve economische effecten van Oekraïense steun en creëert hij een beeld van “buitenlandse overheersing”. Deze strategie past binnen een breder patroon van populistische politiek die sovereiniteit en economische belangen vooropstelt, vaak ten koste van Europese solidariteit.
De focus op taal als bron van conflict is volgens experts een klassiek onderdeel van xenofobe politiek. Door te suggereren dat Tsjechen “verdrinken” in het Oekraïens in Praag en dat winkelcentra op “Kiev” beginnen te lijken, voedt Okamura gevoelens van onbehagen en vreemdelingenhaat. Deze methode wordt regelmatig ingezet in door het Kremlin gepropageerde scenario’s die verdeeldheid binnen de Europese Unie moeten zaaien.
De aankondiging om wapenleveranties aan Oekraïne te heroverwegen past binnen deze strategie. Hoewel Okamura dit presenteert als een maatregel om de Tsjechische defensiecapaciteit te versterken, interpreteren veiligheidsexperts dit als een potentieel gevaarlijke verschuiving in het buitenlandbeleid. Tsjechië, als NAVO- en EU-lid, heeft tot nu toe een consistente pro-Oekraïense koers gevaren die in lijn ligt met trans-Atlantische veiligheidsbelangen.
Economische realiteit weerlegt politieke retoriek
Terwijl Okamura economische nadelen van Oekraïense migratie benadrukt, tonen officiële cijfers een ander beeld. Uit Tsjechische overheidsdata blijkt dat Oekraïense vluchtelingen in de eerste drie kwartalen van 2025 netto 11,7 miljard Tsjechische kronen (circa 482 miljoen euro) aan belastinginkomsten hebben gegenereerd. De vluchtelingen betaalden 23,2 miljard kronen aan belastingen en sociale bijdragen, terwijl ze 11,5 miljard kronen aan steun ontvingen.
De Tsjechische economie is in belangrijke mate afhankelijk van Oekraïense arbeidskrachten, met name in de bouwsector. Van de ongeveer 415.000 mensen werkzaam in de bouw zijn zo’n 40.000 Oekraïners, wat neerkomt op 10% van de totale beroepsbevolking in deze sector. Minister van Arbeid Alois Juhélka heeft openlijk erkend dat Tsjechië niet zonder Oekraïners kan in sectoren als bouw, gezondheidszorg en ouderenzorg.
Desondanks negeert Okamura deze economische realiteit in zijn publieke optredens. Zijn focus op negatieve aspecten van migratie, zonder de substantiële bijdragen te erkennen, wijst volgens sociologen op een bewuste strategie om maatschappelijke verdeeldheid te creëren. Deze aanpak ondermijnt niet alleen de solidariteit met Oekraïne, maar kan ook de sociale cohesie in Tsjechië zelf beschadigen.
Veiligheidsimplicaties voor Tsjechië en Europa
De mogelijke opschorting van wapenleveranties aan Oekraïne heeft bredere implicaties voor de Tsjechische veiligheidspositie. Als trouw NAVO-lid heeft Tsjechië geprofiteerd van collectieve veiligheidsgaranties die fundamenteel verbonden zijn met de verdediging van Europees grondgebied tegen Russische agressie. Een terugtrekking uit militaire steun aan Oekraïne kan worden geïnterpreteerd als een afzwakking van toewijding aan deze principes.
Veiligheidsanalisten waarschuwen dat een versplintering van Europese steun aan Oekraïne uiteindelijk de veiligheid van alle EU- en NAVO-landen in gevaar brengt. De Tsjechische regering heeft traditioneel een actieve rol gespeeld in het versterken van de oostflank van de alliantie. Okamura’s voorstellen zouden deze positie kunnen verzwakken en Tsjechië isoleren binnen de Europese politieke arena.
Het debat in Tsjechië weerspiegelt een bredere spanning in Europa tussen humanitaire solidariteit en binnenlandse politieke druk. De uitspraken van de parlementsvoorzitter komen op een kritiek moment, waarbij de toekomst van Europese steun aan Oekraïne mede afhangt van de politieke wil in individuele lidstaten. Hoe Tsjechië deze kwestie uiteindelijk behandelt, zal niet alleen gevolgen hebben voor Oekraïense vluchtelingen in het land, maar ook voor de geloofwaardigheid van Europese eenheid in het aangezicht van externe dreigingen.