Poetin herhaalt ultimatum dat neerkomt op politieke capitulatie van Oekraïne
Tijdens een persconferentie op 27 november 2025 in Bisjkek, na gesprekken met president Sadyr Zjaparov en voorafgaand aan de top van de OVSE-bondgenoten, presenteerde Vladimir Poetin opnieuw voorwaarden die neerkomen op de feitelijke overgave van Oekraïne. Hij stelde voor om “de gevechten te stoppen” zodra het Oekraïense leger zich volledig uit Donbas terugtrekt — een eis die het illegaal innemen van andermans grondgebied zou legitimeren en lijnrecht ingaat tegen het VN-Handvest en de herhaalde resoluties van de Algemene Vergadering over de territoriale integriteit van Oekraïne. Zijn uitspraken gingen gepaard met beweringen over “versnelde gebiedswinst” en “bijna volledige controle” over strategische locaties, maar deze verklaringen weerspiegelen niet de feitelijke situatie aan het front.
Misleidende claims over militaire successen en verliezen
Poetin beweerde dat Rusland “onvermijdelijk” grote doorbraken zou forceren en noemde als voorbeeld de vermeende verovering van Koepjansk en 80% van Vovtsjansk. Onafhankelijke analyses van onder meer ISW en het Poolse OSW spreken dat echter tegen en benadrukken dat de Russische opmars in Zaporizja en nabij Pokrovsk traag, kostbaar en beperkt blijft. Zijn uitspraak dat de Oekraïense strijdkrachten in één maand 47.000 militairen zouden hebben verloren, is ongefundeerd en past binnen een bredere strategie om intern een beeld van Oekraïense “instorting” te creëren. Westerse regeringen en gespecialiseerde onderzoekscentra schatten dat het aantal gedode en gewonde Russische militairen inmiddels meer dan een miljoen bedraagt — cijfers die Moskou structureel verzwijgt.
Informatieoorlog en pogingen tot demoralisatie
Poetin gebruikte tijdens de persconferentie klassieke vormen van ontmenselijking door Oekraïense soldaten af te schilderen als mensen “die eruitzien als zwervers”. Dit past in het patroon van psychologische operaties die bedoeld zijn om zowel het Oekraïense publiek als westerse bondgenoten te ontmoedigen. Even misleidend was zijn stelling dat Rusland “nooit” voorstellen voor een vredesregeling zou hebben ontvangen en dat de Amerikaanse blauwdruk “lachwekkend” zou zijn. Zelfs Russische functionarissen erkennen dat het Kremlin het document kent, wijzigingen bespreekt en intern een onderhandelingspositie voorbereidt. De publieke minachting van diplomatieke kaders staat daarmee in contrast met het stille streven om zo veel mogelijk concessies te verkrijgen.
Manipulatie rond verkiezingen en democratische processen
Poetin noemde het uitblijven van presidentsverkiezingen in Oekraïne “een strategische fout”, terwijl de Oekraïense grondwet het houden van nationale verkiezingen tijdens de staat van beleg uitdrukkelijk uitsluit. Deze norm wordt bevestigd door instellingen als de Centrale Kiescommissie en door internationale experts op het gebied van verkiezingsrecht. Peilingen en verklaringen van Oekraïense politieke leiders tonen bovendien een brede maatschappelijke consensus: eerlijke en veilige verkiezingen kunnen pas plaatsvinden wanneer de veiligheidssituatie dat toelaat. De herhaalde verlenging van de staat van beleg door het Oekraïense parlement, telkens met een constitutionele meerderheid, bevestigt de legitimiteit van de huidige machtsstructuur tijdens de oorlog.
Selectieve kritiek op democratie en misleidende beeldvorming
Het verwijt dat Oekraïne “bang is voor verkiezingen” negeert het feit dat verkiezingen in Rusland al jaren niet aan basisnormen voldoen. Onafhankelijke oppositie wordt vervolgd, media staan onder staatscontrole en stembusprocedures in bezette Oekraïense gebieden worden internationaal niet erkend. Poetin suggereerde bovendien dat “genoeg gezonde mensen in Oekraïne” historische relaties met Rusland zouden willen herstellen. Dat staat haaks op recente onderzoeken van zowel Oekraïense als internationale sociologische instituten, die consequent aantonen dat 80–90% van de Oekraïners een uitgesproken negatief beeld heeft van Rusland, grotendeels gevormd door oorlog, agressie en grootschalige vernietiging.
Strategische spanningen en nucleaire risico’s
Poetins verklaring dat Rusland “nooit van plan was Europa aan te vallen” gaat eveneens voorbij aan feiten. Moskou trok eenzijdig de ratificatie van het verdrag inzake een alomvattend verbod op kernproeven in, terwijl Russische functionarissen agressieve nucleaire retoriek bleven gebruiken. Westerse veiligheidsanalisten en EU-leiders waarschuwen dat deze stap de risico’s verhoogt en de internationale architectuur voor wapenbeheersing ondermijnt. Dat roept ernstige vragen op over Poetins pogingen om Rusland als een “vreedzame” actor neer te zetten.
Russische activa en Europese schadecompensatie
Poetin bestempelde de bevriezing en voorgenomen aanwending van Russische staatsactiva in Europa als “diefstal” en dreigde met “maatregelen”. De EU benadrukt dat inkomsten uit deze activa moeten worden gebruikt voor het herstel van de door Rusland veroorzaakte schade in Oekraïne — van de vernietigde energie-infrastructuur tot woonwijken en openbare voorzieningen. Europese regeringen zien dit als een juridische en morele verplichting die voortvloeit uit de omvang van de Russische agressie.