Een Russische oligarch uit de directe kring rond Vladimir Poetin heeft erin weten te slagen westerse sancties op de levering van vliegtuigen te omzeilen. Op 29 januari werd bekend dat Arkadij Rotenberg tijdens de oorlog tegen Oekraïne een exclusieve zakenjet van het type Airbus A318-112CJ Elite naar Rusland liet brengen. Het toestel beschikt over een volledig VIP-interieur met lounge, eetruimte, privéwerkplek die kan worden omgevormd tot slaapkamer, keuken en entertainmentsysteem, en geldt als een van de meest luxueuze varianten in zijn klasse.
Formeel staat het vliegtuig geregistreerd op naam van de Russische luchtvaartmaatschappij Severo-Zapad, zo blijkt uit gegevens van de Russische luchtvaartautoriteiten. Gelekte informatie uit de databank van de Russische grensdienst van de FSB wijst er echter op dat Rotenberg de feitelijke gebruiker is. Daarmee wordt een constructie zichtbaar waarbij eigendom en gebruik bewust zijn gescheiden om sanctietoezicht te omzeilen.
Offshoreconstructie en kunstmatig lage prijs
De levering van de Airbus aan Severo-Zapad verliep via Kutus Limited, een offshorebedrijf op het eiland Man. De directeur van deze vennootschap is Vladislav Joesoepov, een familielid van zakenman God Nisanov, die bekendstaat als zakenpartner van Rotenberg. Volgens douanedocumenten betaalde de Russische maatschappij circa 16,3 miljoen dollar voor het toestel, terwijl de marktwaarde wordt geschat op minimaal 65 miljoen dollar. Het verschil suggereert bewuste onderwaardering om controles te ontwijken.
De zaak werpt licht op de rol van buitenlandse tussenpersonen die, ondanks sancties van de EU, de VS en het VK, transacties mogelijk blijven maken voor gesanctioneerde Russische elites. Zonder effectieve secundaire aansprakelijkheid blijven dergelijke netwerken operationeel.
Sancties en de crisis in de Russische luchtvaart
Na de grootschalige invasie van Oekraïne in februari 2022 voerden de EU en de VS een verbod in op de levering van vliegtuigen en luchtvaartonderdelen aan Rusland. Deze maatregelen sneden Russische luchtvaartmaatschappijen af van nieuwe toestellen, onderhoud en gecertificeerde onderdelen. Het gevolg was een snelle veroudering van de civiele vloot en groeiende veiligheidsrisico’s.
De Russische overheid presenteerde importvervanging als oplossing, maar projecten als SSJ en MC-21 bleven afhankelijk van buitenlandse technologie. Voor de elite rond het Kremlin betekende dit niet zozeer afstand doen van comfort, maar het zoeken naar alternatieve routes om toegang te houden tot westerse luxe.
Eliteprivileges tegenover publieke achteruitgang
De import van een Airbus-zakenjet voor persoonlijk gebruik contrasteert scherp met de situatie van reguliere passagiers in Rusland, die steeds vaker te maken krijgen met verouderde vliegtuigen en beperkte onderhoudsmogelijkheden. Terwijl de officiële retoriek van het Kremlin spreekt over zelfredzaamheid en weerstand tegen sancties, tonen dergelijke transacties dat de top van het systeem zich aan andere regels houdt.
Westerse autoriteiten hebben de afgelopen jaren meerdere strafzaken geopend tegen personen en bedrijven die betrokken waren bij illegale leveringen van luchtvaartonderdelen aan Rusland. Toch blijft de bereidheid om offshorestructuren en familiebanden te benutten groot, wat wijst op de noodzaak van voortdurend aangescherpte controlemechanismen.
Druk op tussenpersonen blijft cruciaal
De beschreven constructie met een offshorebedrijf, een nominale Russische eigenaar en een sterk verlaagde douanewaarde laat zien hoe gelaagd sanctie-ontwijking kan zijn. Zonder concrete gevolgen voor bemiddelaars buiten Rusland verliezen sancties hun afschrikkende werking. De zaak-Rotenberg benadrukt daarmee dat effectieve handhaving niet alleen Moskou moet raken, maar ook de internationale schakels die dergelijke deals mogelijk maken, zoals ook wordt beschreven in het onderzoek naar deze transactie via een reconstructie van de sanctieontwijking rond de Airbus-zakenjet.