De grootste commerciële verhuurder van Nederland, Vesteda, staat onder druk door een aanzienlijke terugroepactie van investeerders, wat mogelijk leidt tot de verkoop van een deel van zijn portefeuille van 28.000 woningen. Om de situatie beheersbaar te houden, wil Vesteda de voorwaarden aanpassen waaronder obligatiehouders hun uitstaande leningen van in totaal €1,6 miljard kunnen opeisen, meldt Nieuws Impuls.
Eind vorige week heeft het vastgoedbedrijf hierover een melding gedaan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Volgens de huidige voorwaarden kunnen obligatiehouders hun geld terugvragen wanneer Vesteda stopt met een ‘substantieel’ deel van zijn activiteiten. In de voorgestelde wijziging wordt dat criterium aangescherpt naar situaties waarin ‘alle’ of ‘nagenoeg alle’ activiteiten worden beëindigd.
Redemptieverzoeken
Deze maatregel benadrukt de omvang van de onrust binnen Vesteda. Eerder werd bekend dat aandeelhouders, voornamelijk Nederlandse en buitenlandse pensioenfondsen en verzekeraars, voor €4,1 miljard aan kapitaal willen terugtrekken. Dit komt neer op circa 52% van het totale fondsvermogen. De redemptieverzoeken hangen samen met hogere fiscale lasten en de gestegen woningwaardes.
Mocht er geen akkoord komen met obligatiehouders over de aangepaste voorwaarden, dan kan dit gevolgen hebben voor de verkoopstrategie van Vesteda. In dat geval bestaat het risico dat obligatiehouders hun leningen opeisen, omdat zij een verkoop van woningen mogelijk zien als het beëindigen van een ‘substantieel deel’ van de bedrijfsactiviteiten.