Bij Nijmegen is een koolmeesei gevonden, dat dateert van 21 maart, wat het vroegste koolmeesei ooit in Nederland maakt, meldt Nieuws Impuls.
Het Nederlands Instituut voor Ecologie NIOO-KNAW benadrukt dat dit fenomeen aantoont hoe de lente door klimaatverandering gemiddeld steeds vroeger begint, en dat de mezen zich proberen aan te passen aan deze veranderingen. “Dit maakt heel duidelijk zichtbaar hoe de lente door klimaatverandering gemiddeld steeds vroeger start”, aldus het instituut.
Onderzoekers van NIOO houden sinds 1955 trends bij over de koolmees in Nederland, met zo’n 2000 nestkasten door het hele land. De ontdekking vond plaats in nestkastje 138, in het Oosterhoutse Bos, waar onderzoekassistente Maartje van Deventer vorige week vijf eieren aantrof. Dit resulteert in een nieuwe recordaantal legdatum.
Nieuw record
De recentste vaststelling leert ons dat ook elders in het land koolmezen vroeg beginnen met het leggen van eieren. Zo werd er in het Liesbos bij Breda een ei gevonden dat op 23 maart gelegd is. Marcel Visser van het NIOO wijst op een langdurige trend waarbij het eerste koolmeesei 70 jaar geleden, in 1956, pas op 20 april werd gelegd.
Pauzeknop
Desondanks lijkt de voortgang van het uitbroeden van de eieren vertraagd te zijn door koudere weersomstandigheden. “De koolmezen lijken de pauzeknop te hebben ingeduwd,” vertelt Van Deventer. De vrouwtjes die al begonnen zijn met leggen, doen dit echter niet constant en er is een aanzienlijke hoeveelheid koud eieren aangetroffen onder een laag nestmateriaal.
Rupsen
De verwachting is dat met het opwarmend weer volgende week de koolmezen zullen beginnen met broeden. Echter vormt dit een nieuw probleem; wanneer de eerste jongen uitkomen, zullen hun voornaamste voedselbronnen, de rupsen, mogelijk al niet meer aanwezig zijn. Ook rupsen verschuiven hun levenscyclus als gevolg van klimaatverandering, volgens experts.
Visser stelt dat de hogere temperaturen leiden tot onzekerheid: “Met de hogere temperaturen die er volgende week aankomen is het vroegste ei misschien toch nog te laat.”