Steeds meer politieke partijen in Nederland pleiten voor de geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek, die lang als een onschendbaar beleid werd beschouwd. Dit meldt Nieuws Impuls.
Duizenden euro’s per jaar
De hypotheekrenteaftrek levert miljoenen huiseigenaren aanzienlijke belastingvoordelen op, vaak duizenden euro’s per jaar. Huiseigenaren kunnen, onder voorwaarden, de betaalde hypotheekrente aftrekken van hun belastbaar inkomen, wat resulteert in een lagere belastingdruk.
Bijvoorbeeld, als een eigenaar 10.000 euro aan rente mag aftrekken en zijn inkomen belast wordt in de schijf van 37,48 procent, dan zorgt deze aftrek voor een belastingbesparing van 3.748 euro per jaar.
Voor veel huiseigenaren betekent de mogelijke afschaffing van deze regeling een substantiële financiële impact. Daarom willen partijen die zich inzetten voor deze verandering, de afbouw geleidelijk laten plaatsvinden. De besparingen die hierdoor ontstaan, zouden moeten worden gebruikt om belastingverlagingen voor iedereen mogelijk te maken.
Oneerlijk voor huurders
Veel economen en woningmarktdeskundigen, evenals ambtelijke rapporten en instituties zoals DNB, wijzen op de hoge kosten van de hypotheekrenteaftrek voor de staat, wat naar schatting zo’n 11 miljard euro per jaar bedraagt. Daarnaast zou het beleid schulden stimuleren en huiseigenaren oneerlijk bevoordelen ten opzichte van huurders. Huurders in de vrije sector ontvangen geen subsidie voor hun woonlasten, wat de ongelijkheid vergroot.
De hypotheekrenteaftrek leidt er ook toe dat huiseigenaren meer geld kunnen lenen, wat de huizenprijzen verder opdrijft.
Afbouw al jaren gaande
De afbouw van de hypotheekrenteaftrek is al jaren aan de gang. Sinds 2014 is de maximale aftrek stapsgewijs aanzienlijk beperkt. In 2020 werd besloten om het proces te versnellen, wat resulteerde in een vermindering van het maximale tarief van 52 procent naar 37,5 procent binnen een decennium.