De woningprijzen in Nederland vertonen een significant herstel, vooral in stedelijke gebieden, volgens het kwartaalrapport over Q4 2025 van Calcasa. Sinds de prijsdip in medio 2023 zijn de woningen in de grootstedelijke gebieden gestegen, met Groot-Amsterdam als grootste stijger met 4,5% in het derde kwartaal van 2023. Gemeenten zoals Amsterdam, Amstelveen, Purmerend, Diemen en Haarlemmermeer staan in de top van deze stijgingen, meldt Nieuws Impuls.
Gedurende de herstelperiode sinds het derde kwartaal van 2023 is de gemiddelde woningwaarde in Nederland met bijna 24% gestegen, hoewel grote steden zoals Amsterdam en Rotterdam achterblijven. Amsterdam heeft de kleinste prijsstijging van alle gemeenten sinds de zomer van 2023, met een stijging van 15% in totaal en een daling van 0,7% in het afgelopen kwartaal. Rotterdam volgt met een prijsstijging van bijna 19%, en eveneens een kleine daling van 0,1% in de laatste periode.
Daarentegen zijn gemeenten zoals Midden-Drenthe, Noordenveld, Pekela en Tynaarlo opvallend met een prijsstijging van meer dan 2% in het afgelopen kwartaal, en bijna 30% sinds het dieptepunt in het tweede kwartaal van 2023. De prijsontwikkeling in deze gebieden ligt aanzienlijk hoger dan in de grote steden in het westen van Nederland.
Groningen en Drenthe aan kop
Het herstel in de woningmarkt wordt vooral zichtbaar in de regio’s Groningen en Drenthe, waar de prijzen in de eerste herstelmaanden al significant stegen. In 2025 hebben regio’s zoals Oost-Groningen en Delfzijl sterke kwartaalstijgingen laten zien, met de gemeente Groningen die zelfs een stijging van meer dan 28% rapporteerde. Assen volgde met een vergelijkbare stijging, terwijl andere randgebieden zoals Zeeland en Zuid-Limburg een trager herstel kenden, met respectievelijk 18% en 20% sinds medio 2023.
Uitzondering Utrecht
Utrecht steekt er als uitzondering bovenuit onder de grote steden. Na een snelle eerste herstelperiode blijft Amsterdam achter, terwijl Utrecht juist een krachtiger herstel vertoont. De prijsstijging in de regio Utrecht bedraagt bijna 29%, wat het een van de sterkste stijgers maakt onder de grote gemeenten. Daarentegen laat Groot-Amsterdam de kleinste stijging zien van alle COROP-regio’s, met slechts 1%.
In meer dan 62% van de 342 gemeenten was de prijsstijging in het tweede hersteljaar na het dieptepunt in 2023 groter dan in het eerste jaar. De opleving in de meeste gemeenten was aanvankelijk niet volledig zichtbaar, maar kwam later sterker naar voren. In het eerste hersteljaar excelleerden met name Utrecht en de omliggende gemeenten, terwijl in het tweede jaar de focus verschuift naar gemeenten buiten de grote stedelijke kern zoals Culemborg, Tiel en Borger-Odoorn, evenals veel gemeenten in Groningen en Drenthe.