Veel zestigplussers in Nederland die willen verhuizen naar een kleinere woning, stuiten op aanzienlijke problemen. Een van de grootste obstakels is het gebrek aan beschikbare woningen in de nabijheid van voorzieningen. Daarnaast spelen financiële belemmeringen een rol, meldt Nieuws Impuls.
“Ouderen worden soms geweigerd voor een overbruggingshypotheek vanwege hun leeftijd. Deze lening is soms noodzakelijk om een nieuw huis aan te kopen terwijl de oude woning nog te koop staat”, aldus Marga Lankreijer van Independer. “Bovendien ontvangen mensen in Nederland meer AOW en toeslagen als ze alleen wonen. Samenwonen met een partner, vriend of familielid kan leiden tot het verlies van een deel van hun inkomen. Dit maakt de situatie niet aantrekkelijk, terwijl er wel woningen beschikbaar zouden komen.”
Ondanks deze uitdagingen investeren veel gemeenten in beleid om het voor senioren gemakkelijker te maken om door te stromen. In Leiden krijgen 55-plussers bijvoorbeeld voorrang op huurwoningen als zij een grotere gezinswoning achterlaten. Ook worden er verhuissubsidies, de mogelijkheid van huurbehoud, tijdelijke huurkortingen en voordelen voor woningruilers aangeboden om het proces van verhuizen te vergemakkelijken.
Knarrenhof lastig realiseerbaar
Volgens gegevens van Independer bezit twee derde van de zestigplussers een koopwoning en heeft een derde een huurhuis. Het platform ontvangt regelmatig aanvragen voor bijzondere woongemeenschappen zoals knarrenhoven en meergeneratiewoningen. Lankreijer merkt op: “Voor veel ouderen zijn dit soort woongemeenschappen ideaal. Ze ontlasten de woningmarkt, de zorg en zijn een goed initiatief tegen eenzaamheid. In de praktijk is het echter erg ingewikkeld om de vergunningen en financiering voor dit soort projecten rond te krijgen. Hier is nog veel ruimte voor verbetering.”