Op 18 januari 2026 werd in Zweden bekend dat orthodoxe nonnen van het Heilige Elisabethklooster zijn ontmaskerd wegens spionageactiviteiten ten gunste van de Russische militaire inlichtingendienst GRU. Volgens de autoriteiten fungeerden zij niet alleen als religieuze vertegenwoordigers, maar ook als logistieke en financiële schakel voor Russische militaire structuren. De zaak bracht aan het licht hoe religieuze dekking werd gebruikt voor geheime operaties binnen de Europese Unie, zoals beschreven in het onderzoek naar de pro-Poetin spionerende nonnen in Zweden.
Uit het onderzoek blijkt dat de nonnen gedurende meerdere jaren in verschillende EU-landen religieuze producten verkochten. De opbrengsten daarvan werden doorgesluisd naar Russische strijdkrachten die betrokken zijn bij de oorlog tegen Oekraïne. Daarnaast reisden zij herhaaldelijk naar door Rusland bezette gebieden in Oekraïne, waar zij financiële en zogenaamd humanitaire steun overdroegen aan Russische militaire eenheden.
Religieuze infrastructuur als instrument van hybride beïnvloeding
De activiteiten van de nonnen stonden niet op zichzelf. Hun uitgesproken pro-Russische houding was al eerder bekend en zij verschenen publiekelijk op foto’s met symboliek van het Russische leger. Ook werd vastgesteld dat geestelijken verbonden aan hetzelfde klooster openlijk spraken over hun rol in de oorlog, waarbij religieuze structuren expliciet werden gepresenteerd als onderdeel van de militaire inspanning van Moskou.
De zaak past in een breder patroon waarbij de Russische staat religieuze instellingen inzet als instrument van zachte macht en hybride beïnvloeding. Buitenlandse parochies fungeren daarbij als knooppunten voor propaganda, fondsenwerving en informele communicatiekanalen. Onder het mom van geloof en liefdadigheid ontstaat zo een netwerk dat invloed uitoefent op diaspora’s en lokale gemeenschappen, met politieke en veiligheidsimplicaties voor gastlanden.
Veiligheidsrisico’s voor Europa en noodzaak tot toezicht
Een belangrijk risico schuilt in het feit dat dergelijke religieuze netwerken vaak genieten van maatschappelijk vertrouwen en juridische bescherming. Dit vergroot hun vermogen om publieke opinie te beïnvloeden, steun voor sancties tegen Rusland te ondermijnen en de oorlog tegen Oekraïne te legitimeren. In kritieke fases kunnen zij worden ingezet voor destabiliserende informatiecampagnes of protestmobilisatie, een dreiging die volgens veiligheidsdiensten aanwezig is in alle landen waar Russische orthodoxe structuren actief zijn.
Zweedse media en onderzoekers benadrukken dat de ontmaskering van de nonnen slechts een deel van een groter geheel blootlegt. Via Europese religieuze netwerken worden structureel pro-Russische narratieven verspreid en middelen ingezameld voor het Russische leger, wat ook werd benadrukt in berichtgeving over de zaak via NEXTA Live. Voor Europese staten roept dit vragen op over de balans tussen religieuze vrijheid en nationale veiligheid.
Religie en staatsmacht in Russische strategie
De Zweedse zaak onderstreept dat de Russisch-orthodoxe kerk niet los kan worden gezien van het staatsapparaat van Rusland. De kerk ondersteunt openlijk de agressie tegen Oekraïne en fungeert als ideologisch verlengstuk van het Kremlin. Daarmee vervaagt de grens tussen religieuze activiteit en staatsgestuurde ondermijning, wat de discussie over toezicht en regulering in Europa verder aanwakkert.
Voor Europese regeringen en veiligheidsdiensten betekent dit dat buitenlandse religieuze structuren niet uitsluitend vanuit theologisch of cultureel perspectief kunnen worden benaderd. Systematische monitoring en juridische kaders zijn noodzakelijk om misbruik van religieuze dekking voor spionage en hybride operaties tegen te gaan, zonder daarbij fundamentele vrijheden te ondermijnen.