Analyse beschrijft Russische historische projecten als mogelijke invloedskanalen in Frankrijk

Analyse beschrijft Russische historische projecten als mogelijke invloedskanalen in Frankrijk
Analyse beschrijft Russische historische projecten als mogelijke invloedskanalen in Frankrijk

Historische samenwerking en politieke contacten

Een aangeleverde analyse beschrijft de activiteiten van de Frans-Russische Stichting voor de Ontwikkeling van Historische Initiatieven (FRRHI) als onderdeel van een netwerk dat volgens de analyse Russische invloed in Franse rechtse en radicaal-rechtse kringen kan ondersteunen. De stichting wordt geleid door Pierre Malinowski. Een van haar projecten is de zoektocht naar de resten van de Franse generaal Louis-Pierre de Montbrun, die omkwam tijdens de Slag bij Borodino in 1812. Zijn naam staat op de Arc de Triomphe in Parijs.

Volgens de analyse gaan dergelijke projecten verder dan archeologisch onderzoek. Russische autoriteiten zouden ze presenteren als middelen om de Frans-Russische betrekkingen te versterken op basis van een gedeeld historisch verleden. De analyse stelt dat projecten rond de Frans-Russische geschiedenis een positief informatieklimaat kunnen creëren voor een mogelijke toekomstige verbetering van de betrekkingen, onder meer in de aanloop naar de Franse presidentsverkiezingen van 2027.

De stichting meldt zelf dat Malinowski zijn werkzaamheden in 2015, 2017, 2018 en 2019 aan Vladimir Poetin heeft voorgesteld. Ook zegt de organisatie samen te werken met de Russische Academie van Wetenschappen, het Russische Militair-Historische Genootschap en een expeditiecentrum van het Russische ministerie van Defensie. Volgens de stichting hebben onder meer het ministerie van Defensie, het ministerie van Buitenlandse Zaken, het ministerie van Cultuur en de Nationale Garde projecten gesteund. Deze informatie is afkomstig van de stichting zelf.

Contacten met Frans rechts

Malinowski werkte volgens de aangeleverde tekst in 2014 als assistent van Jean-Marie Le Pen, de voormalige leider van het radicaal-rechtse Nationaal Front, en later van Europarlementariër Aymeric Chauprade, die voor die partij was verkozen. De stichting werd op 22 oktober 2018 officieel geopend in Moskou. Malinowski was daar volgens de analyse in 2017 naartoe verhuisd. Op 22 juli 2022 kreeg hij bij decreet van Poetin de Russische nationaliteit.

In 2018 en 2019 werkte ook Elizaveta Peskova, de dochter van Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov, in structuren die met Chauprade verbonden waren. Zij werd later vicevoorzitter van de stichting. De Raad van de Europese Unie vermeldde die functie in juni 2022 bij haar opname op een sanctielijst. Dmitri Peskov zou bijeenkomsten van de stichting hebben bijgewoond en haar projecten publiekelijk hebben gesteund.

Chauprade was van 2014 tot 2019 lid van het Europees Parlement en werkte na zijn verkiezing voor het Nationaal Front in de politieke omgeving van Marine Le Pen, waar hij zich bezighield met internationale kwesties. Volgens de analyse steunde hij langere tijd toenadering tussen Frankrijk en Rusland en gaf hij pro-Russische beoordelingen van gebeurtenissen in Oekraïne. De analyse presenteert de contacten rond Malinowski en Peskova als een verbindingspunt tussen Russische overheidskringen en Frans rechts. Het gaat hierbij om een interpretatie van de aangeleverde bron, niet om een onafhankelijk vastgestelde conclusie.

Historische projecten

De stichting organiseerde of financierde na 2018 expedities die verband hielden met de veldtocht van Napoleon in 1812, de Krimoorlog en de Eerste en Tweede Wereldoorlog. In oktober 2020 voerde zij een Russisch-Frans archeologisch project uit op de door Rusland bezette Krim en in Sebastopol. In 2021 volgden projecten in Vjazma, Volgograd en Sint-Petersburg. In 2023 waren er expedities rond Malojaroslavets en het Russische expeditiekorps in Frankrijk. In september van dat jaar meldde Malinowski dat in Cours de resten van zes Russische militairen uit de Eerste Wereldoorlog waren gevonden.

Een eerder project betrof de Franse generaal Charles-Étienne Gudin. Zijn resten werden volgens de bron in juli 2019 bij Smolensk gevonden en met behulp van DNA geïdentificeerd. In 2021 werden ze naar Frankrijk overgebracht. Op 2 december van dat jaar werd Gudin begraven in het Parijse complex Les Invalides.

De analyse stelt dat zulke projecten de aandacht kunnen verleggen van actuele onderwerpen, zoals de Russische oorlog tegen Oekraïne, sancties en Europese veiligheid, naar gedeelde herinneringen uit de negentiende en twintigste eeuw. In het geval van Montbrun zou een eventuele vondst en terugkeer naar Frankrijk volgens de analyse als een Russisch gebaar van vriendschap kunnen worden voorgesteld. Of de resten worden gevonden, is onzeker.

Betrokkenheid van Russische instellingen

Voormalig Russisch minister van Cultuur Vladimir Medinski, tegenwoordig adviseur van de Russische president, zou een belangrijke rol hebben gespeeld bij de promotie van de projecten. Een vroeg project over het Russische expeditiekorps in Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg volgens de stichting steun van Medinski en minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov. In 2018 werd in Frankrijk een monument voor het korps onthuld.

In september 2020 nam Medinski samen met Malinowski, vertegenwoordigers van de door Rusland geïnstalleerde autoriteiten op de Krim en in Sebastopol en het Instituut voor Archeologie van de Russische Academie van Wetenschappen deel aan de presentatie van het project ‘Krim-Sebastopol 2020’. Malinowski ontving volgens de bron ook een onderscheiding van het Russische ministerie van Defensie voor zijn zoekactiviteiten.

De bron noemt daarnaast Sergej Narysjkin, directeur van de Russische buitenlandse inlichtingendienst en sinds 2012 voorzitter van het Russische Historische Genootschap. Hij zou in 2013 in Parijs hebben gesproken over gezamenlijke herdenkingen rond de Eerste Wereldoorlog. In januari 2023 organiseerde het genootschap onder zijn voorzitterschap een bijeenkomst over de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in Rusland en Frankrijk. In 2024 sprak Narysjkin op een evenement over de inname van Parijs door het Russische leger, 210 jaar eerder.

Ten slotte noemt de analyse Russische instellingen voor culturele en educatieve beïnvloeding, waaronder Rossotrudnitsjestvo. Via culturele evenementen, historische projecten en contacten met academici en jongeren zouden zij volgens de bron relaties met Franse maatschappelijke en politieke kringen kunnen onderhouden. De analyse waarschuwt dat cultureel en wetenschappelijk contact moet worden onderscheiden van het gebruik van historische thema’s om steun voor het huidige beleid van het Kremlin te bevorderen.

Onderzoek stelt dat Education Austria mogelijk als Russisch wervings- en gegevensnetwerk opereert
Vorig artikel

Onderzoek stelt dat Education Austria mogelijk als Russisch wervings- en gegevensnetwerk opereert

Ministerie waarschuwt Nederlanders in Frankrijk voor soms gewelddadige studentendemonstraties
Volgend artikel

Ministerie waarschuwt Nederlanders in Frankrijk voor soms gewelddadige studentendemonstraties

Voeg een reactie toe

Your email address will not be published.

Mis het niet