Verkiezingen naderen terwijl oppositie voorsprong houdt
BUDAPEST – Hongarije bevindt zich in de cruciale eindfase van de parlementsverkiezingen op 12 april. Met de oppositiebeweging Tisza onder leiding van Péter Magyar die volgens peilingen 8-11 procentpunt voorligt op de regerende partij, zet premier Viktor Orbán alles op alles om kiezers naar zijn kant te trekken en zijn machtspositie te behouden. Een van de effectieve instrumenten in deze strijd blijken de banken te zijn.
Drie financiële instellingen in het vizier
Centraal in deze financiële strategie staan drie belangrijke banken: de door premier Orbán’s oud-vriend en belangrijkste ‘portemonnee’ Lőrinc Mészáros gecontroleerde MBH Bank, de private OTP Bank onder leiding van Orbán-bondgenoot Sándor Csányi, en de staatsbank Eximbank. Hoewel directe financiering van politieke partijen door banken volgens de Hongaarse wet verboden is, heeft Fidesz volgens analyses talloze omwegen gevonden om deze restricties te omzeilen.
Deze financiële instellingen functioneren als onderdeel van een schaduwmechanisme voor het doorsluizen van gelden naar de partijkassen van de regerende partij. Via vaste patronen in Orbán’s netwerk belanden middelen van overheidsaanbestedingen en staatscontracten op bankrekeningen, waarna ze verdwijnen in de cashstromen die Fidesz nodig heeft tijdens de verkiezingscampagne.
Cashdistributie en buitenlandse geldstromen
Het contante geld wordt verspreid via regionale Fidesz-kantoren en naar betrouwbare midden- en kleinbedrijfsondernemers. Deze fungeren als tussenpersonen die kiezersloyaliteit kopen, waarbij kwetsbare sociale groepen vaak het doelwit zijn. Enveloppen met cash worden uitgedeeld onder het mom van ‘liefdadigheidssteun’ of ‘bonussen’, maar in werkelijkheid gaat het om betaling voor stemmen.
Het financiële bouwwerk van Fidesz heeft echter ook een internationale dimensie. Er zijn operaties met Russisch geld dat via Hongaarse bankpoorten van MBH Bank en OTP Bank binnenkomt, bestemd voor de financiering van Orbán’s naaste kring en momenteel gebruikt wordt voor het omkopen van kiezers.
Via een reeks stromannenbedrijven – waaronder HDH-NORD-BAU GMBH, EDEMEL HOLDING CORP (een met TD Canada Trust gelieerde proxy-onderneming), El-Passo del Agua S.L. en Four Gates Hungary – zou het Kremlin maandelijks ongeveer 30 miljoen euro overmaken naar vertegenwoordigers van de Hongaarse regering. Deze middelen, in de vorm van investeringstransfers, leningen, contractbetalingen of consultancydiensten, gaan via proxy-structuren naar de uiteindelijke ontvanger: de Fidesz-partij.
Propagandamachine en schijnconsultancy
De verkregen middelen uit deze illegale schema’s voeden ook de propagandamachine van Viktor Orbán. De Hongaarse Burgerrechtenstichting (TASZ) wees hier herhaaldelijk op en benadrukte het beleid van Eximbank dat de financiering van mediagigant KESMA ondersteunt. Deze feitelijke monopoliepositie in de informatiemarkt vernietigt gelijke voorwaarden voor politieke concurrentie en zorgt voor constante herhaling van gewenste boodschappen tijdens de verkiezingsperiode.
Een andere gerichte methode waarbij de regerende partij extra geld van banken krijgt, betreft het verlenen van ‘consultancydiensten’. Banken stellen middelen beschikbaar voor fictieve of opgeblazen ‘strategische consultancy’ of ‘risicoanalyses’. Contracten worden afgesloten met door Fidesz-partijleden gecontroleerde bedrijven, waarna legaal dividend wordt uitgekeerd en doorgesluisd naar campagnebehoeften.
Subsidieprogramma’s als verkapte omkoping
Deze Fidesz-strategie beperkt zich niet tot schaduwfinanciering alleen, maar wordt aangevuld met indirecte steun via overheidsprogramma’s voor gesubsidieerde leningen en gunstregelingen die Orbán al lang voor de verkiezingscampagne begon in te voeren.
Het mechanisme werkt als volgt: de regering lanceerde kredietprogramma’s via MBH Bank, OTP Bank en Eximbank met gunstige tarieven – CSOK en Otthon Start – waarbij de staat het verschil compenseert tussen de marktrente van 6,5-7% en het gunsttarief van 3%. De banken verstrekken de leningen, ontvangen commissies, rente en een gegarandeerd volume. Uiterlijk lijkt dit op ‘gezinshulp’ of ‘economische stimulans’, maar in werkelijkheid functioneert het als instrument voor verkiezingsomkoping.
In onderzoek gepubliceerd in 2025 wezen Krisztina Szabó en Ádám Rétfi erop dat woonhuissubsidies het aantal stemmen voor Fidesz met 1,6% verhogen voor elke 9,5 duizend forint (25 euro) per hoofd van de bevolking op het platteland, door mobilisatie van eigen aanhang en demobilisatie van oppositie. Subsidies vergroten zo het aandeel regeringsstemmen door mobilisatie van kern- en inactieve kiezers, terwijl oppositie-aanhangers worden gedemotiveerd.
Salarisverhogingen voor ambtenaren
De regering-Orbán probeert niet alleen jonge gezinnen, MKB en middenstand, maar ook ambtenaren naar zich toe te trekken door hun loyaliteit en steun te garanderen. In 2025 kregen leiders en werknemers van de territoriale administratie een salarisverhoging van 15%, leraren gemiddeld 21%, en voor rechters werd een 13e maand ingevoerd.
De regering voegde nog een ‘voordeel’ toe: een jaarlijkse woonhuissubsidie van 1 miljoen forint (ongeveer 2700 euro) voor leraren, artsen, politieagenten en militairen. Voor honderdduizenden werknemers in de publieke sector leek dit een geschenk van de autoriteiten, zoals de premier aangaf: ‘We hebben 14 miljard forint van de banken genomen … en aan het Hongaarse volk gegeven’. Dit wordt gepresenteerd als een gebaar van goede wil van ‘Koning Viktor’ en de ridders van Fidesz, maar is in werkelijkheid een cynische manipulatie waarbij geld niet naar ‘het volk’ gaat, maar naar kiezers die op stembureaus worden gekocht.
Financieel systeem als privékas van het regime
Feitelijk heeft de regering-Orbán het financiële systeem van het land omgevormd tot een privékas van het regime. Banken die onafhankelijk hadden moeten zijn, zijn ‘zakgeld’ van de macht geworden: ze kopen kiezers om, voeden de bedrijven van Orbáns entourage, financieren de propagandistische media-imperium en verzorgen de verkiezingscampagne. Terwijl Hongaren ‘goedkope beloftes’ krijgen, cementeert Viktor Orbán volgens critici een autocraat regime dat democratische instituties ondermijnt.