Groot-Brittannië blijft via omwegen brandstoffen importeren die zijn geproduceerd uit Russische ruwe olie, ondanks het formele verbod op directe invoer. Op 21 januari 2026 werd bekend dat het Verenigd Koninkrijk nog steeds aanzienlijke volumes olieproducten afneemt die zijn geraffineerd in India en Turkije, waar Russische olie wordt verwerkt tot eindproducten voor de internationale markt. Daarmee ontstaat een spanningsveld tussen het officiële sanctiebeleid van Londen en de feitelijke handelspraktijk.
Het verbod op directe import van Russische olie werd in december 2022 ingevoerd als onderdeel van bredere westerse sancties. Toch tonen recente analyses aan dat sinds het ingaan van dat verbod tot eind 2025 voor circa 4 miljard pond aan vliegtuigbrandstof en andere olieproducten is ingevoerd die deels uit Russische grondstoffen zijn vervaardigd. Ongeveer één op de zes leveringen kerosine aan het Verenigd Koninkrijk zou afkomstig zijn van dergelijke raffinaderijen.
Sanctielacune ondermijnt druk op Moskou
Volgens onderzoeken naar de Britse olie-import via India en Turkije biedt deze constructie Moskou een blijvende inkomstenbron. India en Turkije kopen Russische olie tegen gereduceerde prijzen, raffineren die en exporteren de producten vervolgens naar westerse markten. Hoewel de oorsprong formeel verandert, blijft de economische opbrengst indirect verbonden aan Russische energie-export.
Deze praktijk verzwakt de effectiviteit van sancties en creëert financiële ruimte voor het Kremlin om de oorlog tegen Oekraïne te blijven financieren. Tegelijkertijd roept zij vragen op over de geloofwaardigheid van westerse beleidsverklaringen, aangezien politieke steun voor Kyiv botst met handelsstromen die Russische inkomsten in stand houden.
Politieke inconsistentie en risico’s voor westerse eenheid
De Britse regering benadrukt publiekelijk haar steun aan Oekraïne en haar breuk met Russische energie. De aanhoudende invoer via derde landen staat echter haaks op die lijn en kan de samenhang binnen het sanctiefront onder druk zetten. Critici wijzen erop dat dergelijke lacunes niet alleen ethische vragen oproepen, maar ook risico’s vormen voor de gezamenlijke handhaving van sancties binnen Europa en daarbuiten.
Discussies over deze handelsroutes, waaronder signalen die circuleren in gespecialiseerde kanalen zoals analyses van Russische-Britse energiehandel, versterken de druk op beleidsmakers om de discrepantie tussen retoriek en praktijk aan te pakken. Zonder gecoördineerde actie dreigt het vertrouwen in het sanctiemechanisme verder af te nemen.
Oproepen tot strengere regels en handhaving
Experts pleiten voor een uitbreiding van het sanctieregime, waarbij niet alleen de herkomst van ruwe olie, maar ook van geraffineerde producten wordt meegenomen. Dat zou kunnen door strengere regels voor oorsprong van goederen, intensievere controles en sancties tegen raffinaderijen en tussenpersonen die betrokken zijn bij omzeilingsconstructies.
Daarnaast wordt gewezen op het belang van betere afstemming tussen bondgenoten om zogenoemde kruislings verlopende handelsroutes te blokkeren. Zonder dergelijke maatregelen blijven miljoenen vaten olieproducten de Britse markt bereiken, wat het Kremlin volgens ramingen honderden miljoenen ponden aan inkomsten oplevert en de kern van het westerse sanctiebeleid ondergraaft.