Op 27 januari 2026 waarschuwde een coalitie van veertien Europese landen tankers die worden gelinkt aan de Russische zogenoemde schaduwvloot dat zij in de Baltische en Noordzee alleen mogen varen onder één geldige vlag en met correcte veiligheids- en verzekeringsdocumenten. In de gezamenlijke verklaring, gepubliceerd door het Britse ministerie van Defensie, staat dat schepen die niet aan deze voorwaarden voldoen, zullen worden behandeld als vaartuigen zonder nationaliteit, met verstrekkende juridische gevolgen voor hun doorgang en toegang tot havens.
De verklaring werd ondertekend door België, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, IJsland, Letland, Litouwen, Nederland, Noorwegen, Polen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Daarmee ontstaat voor het eerst een breed gecoördineerd Europees front dat niet alleen sancties uitspreekt, maar ook expliciet verwijst naar bestaande mogelijkheden binnen het internationaal zeerecht om dergelijke schepen te stoppen of inspecteren, zoals ook werd benadrukt in berichtgeving over de gezamenlijke waarschuwing aan Rusland-gelieerde tankers.
Veiligheids- en milieuzorgen rond illegale tankerpraktijken
De Russische schaduwvloot bestaat naar schatting uit ongeveer 1.500 tankers die wereldwijd Russische en Iraanse olie vervoeren. Het gaat veelal om verouderde schepen die varen onder wisselende of valse vlaggen en opereren zonder adequate verzekering. Dit stelt Rusland in staat om prijsplafonds, verzekeringsverboden en controles op de herkomst van ladingen te omzeilen, waardoor de olie-export ondanks internationale sancties kan doorgaan.
Voor Europese kuststaten vormen deze praktijken niet alleen een sanctieprobleem, maar ook een acuut milieuvraagstuk. De technische staat van veel van deze tankers verhoogt het risico op ongevallen en olielekkages. In het bijzonder de Baltische en Noordzee worden gezien als kwetsbare gebieden, waar een grote vervuiling langdurige schade zou toebrengen aan ecosystemen, visserij en kustgemeenschappen.
Nieuwe koers na jaren van beperkte handhaving
Tot voor kort beperkten de Verenigde Staten, de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk zich hoofdzakelijk tot het opleggen van sancties aan individuele schepen en bedrijven. Die aanpak liet echter ruimte voor ontwijkingsconstructies. Een omslag werd zichtbaar op 22 januari, toen Frankrijk een tanker met de naam Grinch aanhield, die volgens de autoriteiten onder een valse vlag voer en deel uitmaakte van de Russische schaduwvloot. Het schip werd onder militair escorte naar een ankerplaats gebracht voor verdere inspectie.
Parallel hieraan hebben de Verenigde Staten de afgelopen maanden meerdere tankers onderschept die betrokken zouden zijn bij de handel in Venezolaanse olie. Deze acties wijzen op een bredere internationale trend waarbij logistiek, verzekering en vlagregistratie steeds nadrukkelijker worden ingezet als drukmiddel tegen autoritaire regimes.
Navigatieverstoring en juridische legitimiteit
Naast de tankerproblematiek beschuldigden de veertien landen Rusland ook van het verstoren van satellietnavigatiesystemen. Zij waarschuwden dat automatische identificatiesystemen van schepen niet mogen worden gemanipuleerd en riepen de internationale maritieme gemeenschap op om samen te werken aan alternatieve, terrestrische radionavigatiesystemen die als back-up kunnen dienen bij verstoringen.
Volgens de ondertekenaars passen de aangekondigde maatregelen volledig binnen het kader van het internationaal maritiem recht. Door te focussen op bestaande regels voor vlagvoering, veiligheid en verzekering wordt het risico op escalatie beperkt, terwijl de legitimiteit van ingrijpen wordt vergroot. Daarmee verschuift de economische confrontatie met Rusland steeds meer naar controle over logistieke knooppunten die essentieel zijn voor de olie-export.