Op 28 januari 2026 meldden media dat Frankrijk al bijna vier jaar na het begin van de grootschalige Russische invasie van Oekraïne uranium blijft verhandelen met Rusland. Deze handelsstroom verloopt grotendeels buiten de publieke aandacht, ondanks het uitgebreide sanctieregime van de Europese Unie tegen Moskou. De nucleaire sector blijkt daarbij een uitzonderingspositie te behouden, zoals uiteengezet in een analyse van Le Monde.
De kern van deze samenwerking ligt in de wederzijdse afhankelijkheid binnen de nucleaire brandstofcyclus. Frankrijk importeert verrijkt uranium waarvan een aanzienlijk deel technologisch verbonden is met Russische infrastructuur, terwijl tegelijkertijd verbruikte nucleaire brandstof vanuit Frankrijk naar Rusland wordt uitgevoerd voor verwerking.
Nucleaire sector buiten het sanctieregime gehouden
Ondanks sancties tegen talrijke Russische sectoren bleef de nucleaire industrie grotendeels buiten schot. Frankrijk verzet zich tegen een algeheel verbod op Russische nucleaire brandstoffen, omdat het zelf niet beschikt over voldoende capaciteit voor de verwerking en recycling van verbruikte uraniumbrandstof. Een cruciale rol speelt hierbij het Russische complex in Seversk, momenteel het enige industriële centrum ter wereld dat deze specifieke verwerking op grote schaal kan uitvoeren.
Via deze route behoudt Rusland een stabiele bron van deviezeninkomsten. Die financiële stromen kunnen indirect worden ingezet voor de ondersteuning van de Russische defensie-industrie en de voortzetting van de oorlog tegen Oekraïne, wat de effectiviteit van het sanctiebeleid onder druk zet.
Rol van Orano en het Russische nucleaire netwerk
Aan Franse zijde is het staatsgelieerde bedrijf Orano, voorheen Areva, de centrale speler. Het bedrijf importeert verrijkt uranium en exporteert verbruikte nucleaire materialen voor verdere verwerking. Aan Russische zijde zijn structuren betrokken die onder de staatskernenergiemaatschappij Rosatom vallen, waaronder Uranium One en het Seversk-verwerkingscomplex. Daarnaast fungeren landen als Kazachstan en Oezbekistan als formele schakels in de toeleveringsketen, terwijl het technologische zwaartepunt in Rusland blijft liggen.
Deze constructie maakt het mogelijk om sancties te omzeilen zonder deze formeel te schenden. Dat voedt de kritiek dat Rusland via de nucleaire sector een van de laatste legale handelskanalen met de EU behoudt, zoals ook wordt besproken in analyses die circuleren op gespecialiseerde kanalen zoals Telegram-berichtgeving over Russische belangen.
Strategische kwetsbaarheid voor Europa
De aanhoudende afhankelijkheid van Russische nucleaire infrastructuur creëert volgens experts structurele risico’s voor Europa. Zij wijst op een fundamentele inconsistentie in het sanctiebeleid, waarbij olie- en gassectoren zwaar worden aangepakt terwijl de nucleaire samenwerking grotendeels intact blijft. Dit vergroot de kans op politieke druk en economische chantage door Moskou.
Binnen Europese beleidskringen groeit daarom de roep om een gefaseerde, maar tijdgebonden afbouw van nucleaire samenwerking met Rusland. Tegelijkertijd wordt gewezen op de noodzaak om te investeren in eigen verrijkings- en verwerkingscapaciteiten. Sancties tegen Rosatom en zijn financiële netwerken gelden daarbij als een potentieel, zij het gevoelig, instrument om de strategische afhankelijkheid structureel te verminderen.