De zaak rond het pand aan de Oudeschans 75 in Amsterdam, waar voorheen het failliet verklaarde Luxury Suites Amsterdam was gevestigd, heeft een juridische twist gekregen. De eerdere verkoop van het pand, dat in 2024 voor € 18,75 miljoen werd geveild, was nooit gerealiseerd en leidde tot een overeenkomst tussen de hoteleigenaren en Invast over het begeleiden van de verkoop. Het hotel moet € 32 miljoen opbrengen, meldt Nieuws Impuls.
In november 2022 werd de samenwerking gestart, met de afspraak dat de bemiddeling zonder resultaat vergoeding zou vereisen, en dat start-upkosten alleen na de eerste fase van de opdracht zouden worden verrekend. Deze kosten omvatten onder andere gegevensanalyse en waardebepaling. Indien de opdracht na deze fase werd ingetrokken, konden ook dataroomkosten in rekening worden gebracht.
Provisie afgesproken
Mocht er een koopcontract worden gesloten, dan zou er een provisie van 1,3% over de verkoopprijs worden betaald. Dit zou Invast een vergoeding van meer dan vier ton kunnen opleveren, mits de vraagprijs werd behaald. De algemene voorwaarden van Invast specificeren een provisie van 1,5% voor aan- of verkoop en het recht op een derde van de provisie als de opdracht tot bemiddeling voortijdig wordt beëindigd.
De samenwerking tussen de partijen verliep echter moeizaam, en in juli 2023 trokken de verkopers de opdracht in. Een van hen maakte duidelijk ontevreden te zijn over de uitvoering van de opdracht door Invast, wat volgens zijn advocaat wijst op een ernstige tekortkoming aan de zijde van het bedrijf.
Ondanks het verweer dat Invast tekort is geschoten, stuurde het bedrijf in augustus een factuur van € 184.359,13, die de provisie en andere gemaakte kosten dekte. De verkopers zijn echter niet bereid deze betaling te doen, met het argument dat Invast aansprakelijk is voor de geleden schade.
Wanverhouding tussen werk en beloning
De rechter oordeelde dat de werkzaamheden niet in verhouding stonden tot de hoogte van de provisie. Tevens was vastgesteld dat Invast niet de zorgvuldigheid had betracht die van een professioneel opdrachtnemer werd verwacht, doordat de vermelde oppervlakte in het memorandum incorrect was. Toch kreeg Invast nog een bedrag van ruim € 16.000 voor werkelijk gemaakte kosten toegewezen.
De verkopers konden niet aantonen dat zij schade hadden geleden, wat betekende dat zij geen vergoeding ontvingen.
Afspraak is afspraak
Invast ging in beroep, stellende dat er specifiek was afgesproken dat een vergoeding verschuldigd zou zijn bij een voortijdige intrekking van de opdracht. De makelaar zette vraagtekens bij de wanverhouding tussen werk en beloning, en stelde dat de vermelding van de oppervlakte niet zijn verantwoordelijkheid was, omdat deze afkomstig was uit de BAG-viewer.
Het gerechtshof concludeerde dat de verkopers gebonden zijn aan de overeenkomst, omdat deze niet (buiten)gerechtelijk was ontbonden. De brief van de advocaat voldeed niet aan de vereisten, en de verkopers hadden Invast niet in gebreke gesteld.
Naleving is redelijk
Het hof vond het redelijk de gemaakte afspraken na te leven. Volgens het hof was er geen opzet of grove schuld aan de zijde van Invast, wat noodzakelijk is om een overeenkomst ongeldig te verklaren. Zelfs als er een fout was gemaakt, diende de overeenkomst gehandhaafd te blijven.
Afspraak al eerder gemaakt
De verkopers konden niet stellen dat de algemene voorwaarden eenzijdig door Invast waren opgesteld, omdat zij zelf hadden aangedrongen op deze voorwaarden tijdens de procedure. Het hof verwelkomde ook de voorgeschiedenis van de samenwerking, waarbij Invast de verkopers had bijgestaan in een geschil met voormalige zakenpartners, zonder kosten in rekening te brengen.
Hof: wanverhouding niet aan de orde
Het hof concludeerde dat er geen wanverhouding was tussen de werkzaamheden en de afgesproken hoogte van de provisie. Er was afgesproken dat de opdrachtgever de opdracht op elk moment kon intrekken, maar dat daarbij een derde van de provisie verschuldigd was aan de opdrachtnemer. Dit was een uitzondering op de algemene voorwaarden die stipuleerden dat een opdracht niet kon worden opgezegd.
Invast ontvangt daarom alsnog de eerder gefactureerde ruim € 180.000, inclusief wettelijke handelsrente.