Begin maart worden zes of zeven adders uitgezet op de Wolfhezerheide, nabij Oosterbeek. Deze jonge mannetjes moeten met hun paargedrag de zieltogende adderpopulatie in het natuurgebied redden, meldt Nieuws Impuls.
Het plan voor de uitzetting komt van natuurbeschermingsorganisatie RAVON, die zich ernstig zorgen maakt over de huidige stand van de adderpopulatie op de Wolfhezerheide. In 2020 waren er nog iets meer dan 60 adders, maar nu gaat het nog om zo’n 25 exemplaren. Raymond Creemers van RAVON benadrukt: “Dus het gaat heel hard.”
De achteruitgang van de populatie is te wijten aan verschillende factoren. De Wolfhezerheide ligt relatief geïsoleerd tussen de snelweg A50 en een druk bereden provinciale weg. Creemers merkt op: “De eerstvolgende populatie is kilometers verderop, terwijl andere adderpopulaties in contact staan met zo’n vijf andere. Daardoor gaat het met die populaties een stuk beter.”
Zien er raar uit
Onderzoekers in het gebied constateren dat de slangen er van buitenaf ‘raar uitzien’. Uit een genetische analyse blijkt dat er sprake is van inteelt, wat de overlevingskansen vermindert. “Er is nog maar weinig genetische variatie in de huidige populatie,” voegt Creemers toe.
De afname van de populatie is ook gerelateerd aan de droogte in het gebied. “Er zijn veel droge zones en daar kunnen ze slecht tegen. De beek staat bijvoorbeeld al een tijd heel laag. Dat kan nog omgekeerd worden, maar dat gaat wel veel tijd kosten,” verklaart Creemers.
Omdat het met de populaties op de Veluwe verderop veel beter gaat, is RAVON van plan om jonge adders daar te vangen en op de Wolfhezerheide uit te zetten. “De jonge mannetjes doen eerder mee met de paring. Daarnaast kunnen oudere vrouwtjesslangen meer jongen krijgen. We willen dus vooral die pubermannetjes aan de populatie toevoegen,” stelt Creemers.
Moet begin maart
De adder, de enige giftige slang in Nederland, staat op de zogenaamde rode lijst als kwetsbaar. In Nederland komt de adder alleen nog voor in Drenthe, Friesland en op de Veluwe. Sporadisch worden adders gezien in het oosten van Overijssel en het Limburgse natuurgebied Meinweg.
De uitzetting van de adders op de Wolfhezerheide moet begin maart plaatsvinden, zodat de jonge adders meteen kunnen deelnemen aan de paartijd die in april begint. “De mannetjes ruiken de vrouwtjes en gaan daar dan gelijk op af. Als je het een half jaar eerder of later doet, loop je het risico dat ze alweer weg zijn uit het gebied,” zegt Creemers. “We hopen dat ze minstens één keer succesvol paren.”
Terreinbeheerder Natuurmonumenten en de provincie Gelderland moeten nog goedkeuring geven voor het uitzetten van de jonge adders. Verder benadrukt Creemers dat dit geen structurele oplossing voor de adderpopulatie op de Wolfhezerheide is. “De echte oorzaken zoals verdroging en versnippering vergen een langere en structurelere aanpak, in de vorm van vernatting van het beekdal en het benutten van kansen voor natuurontwikkeling in de naaste omgeving.”