Het woningaanbod in Nederland zal licht toenemen dankzij subsidies voor betaalbare woningbouw en het ontsluiten van nieuwbouwlocaties, evenals lastenverlichting voor woningcorporaties. De overheid investeert jaarlijks meer dan een miljard euro in betaalbare woningen, maar deze uitgaven dragen ook bij aan een groei van de staatsschuld, die naar verwachting tegen 2060 met 19% van het bbp zal zijn toegenomen, meldt Nieuws Impuls.
Licht dempend effect op woningprijzen
Het recente coalitieakkoord heeft een beperkt dempend effect op de woningprijzen en geen invloed op de huurprijzen gedurende de kabinetsperiode. Lagere besteedbare inkomens drijven de woningprijzen naar beneden, maar dit negatieve effect wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de hogere schijftarieven in box 1, wat resulteert in een beperkte verruiming van de hypotheekrenteaftrek. De woonlasten blijven redelijk stabiel, terwijl het woningaanbod op lange termijn tot een bescheiden toename leidt. De kleine verruiming van de renteaftrek zorgt voor een geringe verlaging van de woonlasten voor bestaande huiseigenaren. Na afloop van de kabinetsperiode worden echter huurverhogingen verwacht door aangescherpte isolatiestandaarden, hoewel lagere energiekosten voor huurders hier tegenover staan. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht een prijsstijging van 2,4% voor koopwoningen tot 2030, terwijl huurprijzen met 2,9% verhoogd worden.
Koopkrachtdaling minima, stikstofdoel niet gehaald
De beleidsplannen van Jetten en zijn medestanders treffen vooral de lage inkomens, die hierdoor aanzienlijk in hun koopkracht worden getroffen. Voortzetting van het bestaande beleid had deze groep jaarlijks 0,5% extra koopkracht opgeleverd, maar dit voordeel verdwijnt met het nieuwe beleid. De top 20% van de inkomens profiteert enigszins: deze groep gaat er 0,3% op vooruit, terwijl gemiddelde huishoudens een koopkrachtstijging van 0,2% ervaren. Bovendien blijkt dat de stikstofdoelen van het minderheidskabinet niet worden gehaald.