Herdenking van de Watersnood van 1926 in het Land van Maas en Waal
Vandaag herdenkt het Land van Maas en Waal de zware overstromingen die het gebied precies honderd jaar geleden troffen. Het water stond op sommige plaatsen tot vijf meter hoog, met meer dan 10.000 mensen die op de vlucht sloegen, meldt Nieuws Impuls.
Bijzonder genoeg kwam er tijdens de watersnood niemand om het leven. Echter, de schade was enorm; ongeveer duizend huizen, bijna een kwart van het totaal, werden verwoest. De herdenking begon vanochtend met een bijeenkomst in de kerk van Overasselt, die cruciaal was tijdens de ramp, aangezien daar op oudejaarsdag 1925 het alarmsignaal als eerste klonk.
Het had al dagen geregend, en de uiterwaarden van de Maas stonden onder water, terwijl smeltwater uit de Ardennen aanstroomde. Een zuidwestenwind duwde het hoge water tegen de dijken, die uiteindelijk bezweken. Bij de vroegmis op 31 december 1925 hoorde de dominee het slechte nieuws: “den diek is deurgebroke,” waarna hij direct de inwoners waarschuwde.
Massale Evacuatie
De bewoners deden er alles aan om hun vee en huisdieren in veiligheid te brengen. Kippen en varkens werden op zolders geplaatst, terwijl koeien en paarden naar hogere gronden werden gedreven. Uiteindelijk moesten meer dan 10.000 mensen zelf op de vlucht naar Tiel, Den Bosch en Tilburg.
De gevolgen van de dijkdoorbraak varieerden, afhankelijk van de locatie binnen het geografisch gevormde gebied. Waar het bij de dijkdoorbraak ongeveer 80 tot 90 centimeter stond, was het water stroomafwaarts bij Alphen en Dreumel tot 4 à 5 meter hoog.
Dynamiet als Oplossing
Dijkgraaf Johan de Leeuw besloot het nodige water met dynamiet uit de dijk bij Alphen en Dreumel te blazen om het teveel aan water af te laten vloeien. Dit leek aanvankelijk een oplossing, maar het veroorzaakte meer schade omdat de stroming veel huizen beschadigde.
Niet alleen het Land van Maas en Waal had te lijden onder de watersnood. Ook Limburg werd zwaar getroffen. Op oudjaarsdag 1925 braken op vele plaatsen in Limburg de dijken.
De schade van de hele ramp wordt geschat op zo’n 10 miljoen gulden, wat tegenwoordig meer dan 100 miljoen euro zou zijn. Voor de slachtoffers werd er geld ingezameld, wat leidde tot een opbrengst van meer dan 4,5 miljoen gulden. Desondanks weigerde de Nederlandse overheid om deze watersnoodramp als een nationale ramp te beschouwen.
De herdenking van vandaag gaat verder dan alleen een bijeenkomst; om 12:00 uur klonken alle kerkklokken van de dorpen in het Land van Maas en Waal in een estafette.