Op 7 januari 2026 verklaarde de Franse president Emmanuel Macron dat hij de mogelijkheid openhoudt voor een telefoongesprek met Vladimir Poetin in de komende weken. In een interview met de Franse publieke omroep France 2 benadrukte Macron dat zijn doel vrede in Oekraïne is, maar nadrukkelijk niet ten koste van Oekraïense soevereiniteit. Frankrijk, zo stelde hij, zal Oekraïne blijven steunen zolang dat nodig is.
Tegelijkertijd maakte Macron bekend dat Frankrijk na een staakt-het-vuren bereid is enkele duizenden militairen in Oekraïne te stationeren als onderdeel van een zogenoemde “coalitie van bereidwilligen”. Deze troepen zouden worden ingezet voor toezicht op de Russisch-Oekraïense grens en stabilisatiemissies, zonder deelname aan gevechtsoperaties. De uitspraken werden in Oekraïne geciteerd door het medium over Macrons mogelijke gesprek met Poetin en de inzet van Franse troepen.
Breuk met Europees stilzwijgen sinds 2022
De bereidheid van Macron om opnieuw direct contact te overwegen met de Russische president markeert een duidelijke verschuiving binnen de Europese Unie. Sinds de grootschalige Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 gold er een feitelijk taboe op contacten op het hoogste politieke niveau. Alleen de Hongaarse premier Viktor Orbán en zijn Slowaakse ambtgenoot Robert Fico weken daarvan af.
Dat een kernlidstaat als Frankrijk deze mogelijkheid nu publiekelijk bespreekt, wijst op een veranderende politieke realiteit. Voor Europese hoofdsteden wordt het steeds urgenter om niet alleen militaire en financiële steun te organiseren, maar ook actief betrokken te zijn bij een toekomstig onderhandelingsproces over het einde van de oorlog.
Amerikaanse druk en het risico van Europese marginalisatie
Een belangrijke katalysator voor deze koerswijziging was de ontmoeting tussen de Amerikaanse president Donald Trump en Vladimir Poetin in Anchorage in augustus 2025. Dat gesprek, gevoerd zonder Europese deelname, maakte duidelijk dat Washington bereid is zelfstandig de contouren van een vredesproces te verkennen. Voor Europese regeringen was dit een alarmsignaal dat zij dreigen buitenspel te worden gezet bij beslissingen die direct raken aan de veiligheid van het continent.
Macrons initiatief sluit aan bij de Amerikaanse diplomatieke inspanningen, maar is tegelijk bedoeld om een Amerikaanse dominantie over het proces te voorkomen. Parijs wil voorkomen dat toekomstige afspraken uitsluitend tot stand komen in een Washington-Moskou-as, zonder Europese invloed of inbreng.
Diplomatieke winst voor het Kremlin
Voor Moskou betekent de heropening van gesprekken met EU- en NAVO-leiders een duidelijke diplomatieke meevaller. De bereidheid tot dialoog ondermijnt het beeld van volledige internationale isolatie, dat jarenlang een belangrijk onderdeel was van de westerse strategie om druk uit te oefenen op het Kremlin. Zelfs zonder concrete concessies kan het hervatten van contact door Rusland worden gepresenteerd als een bevestiging dat volharding loont.
Tegelijkertijd roept dit morele vragen op. De Russische oorlog tegen Oekraïne gaat gepaard met grootschalige vernietiging en ernstige schendingen van het internationaal recht. In morele zin kan een gesprek met Poetin worden gezien als problematisch, maar in de logica van grootmachtpolitiek krijgen strategische belangen vaak voorrang boven ethische overwegingen.
Europese rol in de toekomstige veiligheidsarchitectuur
Macron probeert met zijn uitspraken de rol van Frankrijk, en breder van Europa, veilig te stellen in een proces waarin de belangrijkste afspraken anders tussen Rusland en de Verenigde Staten zouden kunnen worden gemaakt. Afwezigheid van Europa aan de onderhandelingstafel zou directe gevolgen hebben voor de toekomstige veiligheidsarchitectuur van het continent.
Van belang is dat Macrons diplomatieke opening gepaard gaat met een duidelijke rode lijn: vrede mag geen capitulatie van Oekraïne betekenen. De aankondiging van een mogelijke inzet van een Europees militair contingent na een staakt-het-vuren onderstreept dat Frankrijk diplomatie wil combineren met afschrikking. Daarmee positioneert Parijs zich als een actor die bereid is verantwoordelijkheid te nemen voor Europese veiligheid in een fase waarin de contouren van een post-oorlogsorde langzaam zichtbaar worden.