Gelderse gemeenten kampen met tekort aan middelen voor natuurbrandbestrijding
Meerdere Gelderse gemeenten met kwetsbare natuurgebieden hebben niet voldoende middelen om toekomstige natuurbranden te bestrijden. Zo zijn waterbunkers soms leeg, of zijn ze moeilijk bereikbaar. De veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland gaat samen met de gemeenten maatregelen nemen, meldt Nieuws Impuls.
In Apeldoorn zijn de bestaande voorzieningen om natuurbranden te bestrijden onvoldoende. Vooral bij Radio Kootwijk vormen de huidige waterbunkers een risico: ze zijn soms leeg, moeilijk bereikbaar of van onvoldoende kwaliteit. Bovendien zijn de bunkers niet in bezit van de gemeente, waardoor de brandweer niet altijd snel genoeg water kan krijgen bij een brand.
Om de situatie te verbeteren, gaat Apeldoorn 41 nieuwe waterputten aanleggen. Deze putten worden diep in de grond geboord en vullen zich automatisch met grondwater. Wanneer de brandweer water eruit haalt, vult het peil automatisch aan, zodat meerdere voertuigen tegelijk kunnen blussen.
Elke put levert minstens 120 kubieke meter water per uur. “Dat is aanmerkelijk meer dan de normale brandkranen in bebouwd gebied die tussen de 30 en 60 kuub per uur leveren”, zegt een woordvoerder namens de gemeente en de veiligheidsregio. Met elektrische pompen kan water omhoog worden gehaald.
Andere gemeenten
Apeldoorn is niet de enige gemeente waar de veiligheidsregio dit doet. In Gelderland zijn ook andere gemeenten met natuurgebieden geselecteerd. In Putten, Epe, Harderwijk, Nunspeet en Brummen wil de organisatie extra natuurbrandmaatregelen uitvoeren, waaronder het boren van putten.
Volgens de Veiligheidsregio maakt klimaatverandering de maatregelen extra belangrijk. Droge periodes en hoge temperaturen zorgen ervoor dat planten en struiken snel kunnen ontvlammen. Wisselende regen- en droogteperiodes creëren veel brandbaar materiaal, waardoor natuurbranden sneller groter en moeilijker te blussen worden.
Natuurbranden beheersbaar houden
Het project past in een bredere aanpak in de provincie Gelderland, waarbij verschillende partijen zoals de provincie, gemeenten en de drie veiligheidsregio’s samenwerken om natuurbranden beheersbaar te houden.
Naast de extra waterputten probeert de provincie, met hulp van terreineigenaren, het landschap zo in te delen dat een brand beperkt blijft tot één gebied. Ook wordt er gekeken naar de inrichting van de natuur, zoals welke soorten bomen goed kunnen overleven bij lange droge periodes.
De maatregelen zijn gericht op het voorkomen van natuurbranden die in de provincie zo groot worden dat ze moeilijk onder controle zijn te krijgen. In april was dit het geval, toen op de heide bij Ede een grote brand uitbrak door een oefening van de Koninklijke Landmacht. Door de harde wind en de droge grond breidde het vuur zich snel uit.
In totaal werden zo’n 500 brandweermensen uit verschillende regio’s ingezet om het vuur te bestrijden. Ook Defensie schoot te hulp met een Chinook, die in totaal 182.000 liter water nodig had om het vuur te bestrijden.