Op de eerste paasdag worden in Nederland weer honderden paasvuren ontstoken, een traditie die vooral in het oosten van het land stevig geworteld is. Echter, deze traditie staat onder druk door strengere regelgeving en toenemend brandgevaar. Diverse organisaties spannen zich in om ook deze Pasen de traditie van paasvuren in stand te houden, meldt Nieuws Impuls.
De meeste paasvuren worden ontstoken in Overijssel, met verdere tradities in Groningen, Drenthe en Gelderland. Dit jaar blijkt uit een rondgang dat er iets minder paasvuren plaatsvinden dan in voorgaande jaren.
In Huissen, Gelderland, dooft het paasvuur definitief na bijna honderd jaar, volgens bestuurslid Jan Wannet een moeilijke, maar onvermijdelijke beslissing door strenge regelgeving en stijgende kosten. “Het is niet langer haalbaar door regels en kosten,” aldus Wannet.
Strengere regelgeving
Met de invoering van de Omgevingswet in 2024 zijn de regels voor paas- en vreugdevuren aangescherpt. Organisatoren moeten aan veel meer eisen voldoen om een vergunning te verkrijgen, waarbij ze met verschillende instanties te maken krijgen.
“Een evenementenvergunning bij de gemeente, stikstofberekeningen voor de provincie, verkeersregelaars inhuren, en er moet EHBO- en brandweerpersoneel aanwezig zijn,” somt Wannet op. “Al deze mensen moeten bovendien betaald worden.”
Ook elders in Nederland zijn er zorgen over de traditie. In Nieuw Roden (Drenthe) gaat het paasvuur niet door omdat de locatie niet meer beschikbaar is. De organisatie ziet er geen heil in om een nieuwe locatie te zoeken vanwege de nieuwe regelgeving.
‘Is maar een vuurtje’
De vereiste vergunningen nemen veel tijd in beslag. Jos Beunk van buurtvereniging Bekveld noemt het aanvraagproces “uitputtend” en zei eerdere eens dat het vijftien weken duurde. “Doe normaal, het is maar een vuurtje,” zegt Dinand Wullink van het paasvuur in Velswijk, verwijzend naar de stijgende kosten van de vergunning.
Kubieke meters snoeihout
Vroeger was het plannen van een paasvuur overzichtelijker, maar nu is de bureaucratie toegenomen. Organisatoren moeten zelfs het aantal kubieke meters hout dat op de paasbult komt doorgeven aan de gemeente en provincie.
Desondanks blijven veel organisaties zich inzetten voor de traditie, met steun van provinciale autoriteiten die erkennen dat paasvuren cultureel erfgoed zijn. “We proberen een bijdrage te leveren aan het levend houden van deze traditie,” zegt een woordvoerder van de provincie Drenthe.
Voor bestaande paasvuren die al jarenlang op dezelfde plek plaatsvinden, zijn er tot 2030 geen extra vergunningen of stikstofberekeningen nodig, wat enige verlichting biedt voor de organisatoren.