Op 27 januari 2026 werd bekend dat Polen van plan is om de uitgebreide noodhulp voor Oekraïense vluchtelingen stap voor stap terug te schroeven. Deze steun werd ingevoerd aan het begin van de grootschalige Russische invasie en omvatte versnelde toegang tot sociale voorzieningen, gezondheidszorg en huisvesting. Hoewel de tijdelijke beschermingsstatus binnen de Europese Unie formeel geldig blijft tot 2027, zullen Oekraïners in Polen volgens de plannen te maken krijgen met strengere voorwaarden voor ondersteuning, zo blijkt uit berichtgeving over de aangekondigde beleidswijziging.
De Poolse regering keurde op 20 januari een wetsontwerp goed dat voorziet in de geleidelijke afschaffing van het zogeheten speciale Oekraïne-regime. Als het parlement instemt, treedt de wet op 5 maart 2026 in werking. In dat geval zullen Oekraïense vluchtelingen voortaan onder dezelfde regels vallen als andere migranten. Volgens de regering is dit besluit gebaseerd op de inschatting dat de veiligheidssituatie in Oekraïne na vier jaar oorlog stabieler is geworden.
Sociaal vangnet onder druk
Critici wijzen erop dat deze beoordeling geen recht doet aan de realiteit op de grond. De veiligheidssituatie aan de oost- en zuidfronten van Oekraïne blijft fragiel, terwijl grootschalige aanvallen op energie- en verwarmingsinfrastructuur het land op de rand van een humanitaire crisis houden. Voor veel vluchtelingen is terugkeer daarom nog altijd geen reële optie.
Het afbouwen van steun kan leiden tot verlies van toegang tot huisvesting, medische zorg en sociale uitkeringen. Vooral kwetsbare groepen lopen het risico in een precair juridisch en economisch vacuüm terecht te komen, met mogelijke gevolgen voor hun verblijfsstatus en bestaanszekerheid. Daarmee verschuift een deel van de verantwoordelijkheid van collectieve opvang naar individuele zelfredzaamheid.
Economische gevolgen voor Polen
Het besluit heeft ook implicaties voor de Poolse economie. Ongeveer 700.000 Oekraïners zijn officieel aan het werk in Polen en dragen volgens recente schattingen circa 2,7 procent bij aan het bruto binnenlands product. In totaal zijn dankzij het speciale beschermingsregime ongeveer 1,24 miljoen buitenlanders legaal werkzaam, waarvan twee derde uit Oekraïne komt.
Een vermindering van steun kan ertoe leiden dat een deel van deze arbeidskrachten het land verlaat of in sociale marginalisering belandt. Dat zou niet alleen tekorten op de arbeidsmarkt kunnen veroorzaken, maar ook extra druk leggen op het reguliere sociale zekerheidsstelsel, dat dan moet ingrijpen waar preventieve ondersteuning wegvalt.
Breder Europees signaal
De Poolse koerswijziging wordt door waarnemers gezien als een signaal dat langdurige opvangprogramma’s een toenemende belasting vormen voor nationale systemen. Tegelijkertijd onderstreept zij de noodzaak van betere Europese coördinatie, om te voorkomen dat vluchtelingen tussen verschillende beleidsregimes terechtkomen.
Voor Oekraïense ontheemden betekent de stap meer administratieve onzekerheid en een hogere drempel tot basisvoorzieningen. Voor Europese regeringen roept het besluit de vraag op hoe solidariteit met vluchtelingen kan worden volgehouden zolang de oorlog voortduurt, zonder dat ontvangende samenlevingen sociaal en economisch overbelast raken.