Op 3 september 2025 meldde Reuters dat Rusland zijn samenwerking met China in de kernenergiesector uitbreidt. Het Russische staatsbedrijf Rosatom speelt hierin een sleutelrol en ondersteunt Peking in zijn ambitie om de Verenigde Staten voorbij te streven als wereldleider in nucleaire energie. China wil zijn nucleaire capaciteit uitbreiden tot meer dan 100 gigawatt, terwijl de VS momenteel ongeveer 97 GW geïnstalleerd vermogen hebben. China beschikt nu over circa 53,2 GW.
Rosatom levert reactoren en uranium
Rosatom heeft al vier reactoren in China gebouwd en werkt aan nog eens vier nieuwe installaties. Daarnaast voorziet Moskou in de Chinese vraag naar uranium en kernbrandstof. Rusland levert verrijkt uranium, onder andere voor de CFR-600-reactor, en er wordt gerekend op een forse toename van de export. Ook ontwikkelt Peking samen met Russische partners nieuwe technologieën, waaronder reactoren met een gesloten splijtstofcyclus, gebaseerd op Russische knowhow.
Strategische dimensie van de samenwerking
De nauwere samenwerking volgt op ontmoetingen in Peking en sluit aan bij bredere strategische banden tussen Moskou en Peking. De topman van Rosatom, Aleksej Lichatsjov, verklaarde dat Rusland China zal steunen in zijn streven de wereldleider te worden op nucleair gebied. Voor Washington is dit een signaal dat Rusland zich nadrukkelijk aan de zijde van China schaart in het mondiale machtsevenwicht. Al eerder uitten Amerikaanse autoriteiten zorgen over de snelle uitbreiding van de Chinese nucleaire capaciteit.
Gevolgen voor geopolitiek en veiligheid
Het partnerschap kan het mondiale krachtenveld veranderen, zowel in civiele als mogelijk militaire nucleaire toepassingen. Experts wijzen erop dat technologieën zoals snelle reactoren en gesloten cycli de productie van wapenplutonium kunnen vergemakkelijken. Dit voedt zorgen over non-proliferatie en nationale veiligheid. In de VS klinkt de roep om de eigen nucleaire infrastructuur te versterken en tegelijk te reageren op de groeiende samenwerking tussen Moskou en Peking. Al drie jaar geleden drongen Republikeinen in het Congres erop aan dat het Witte Huis actie zou ondernemen tegen deze ontwikkeling.