Sinds 2008 zijn woningcorporaties volledig onderworpen aan vennootschapsbelasting (Vpb). In 2019 is de Europese ATAD-richtlijn (Anti Tax Avoidance Directive) in de Nederlandse Vpb geïmplementeerd, gericht op het voorkomen van grensoverschrijdende belastingontwijking. Hierdoor kunnen woningcorporaties rente over leningen slechts gedeeltelijk aftrekken, meldt Nieuws Impuls.
Minder investeren en lenen
Door de beperking van renteaftrekken heeft Stadgenoot de afgelopen zeven jaar circa € 290 miljoen en in de komende tien jaar ongeveer € 640 miljoen aan rente niet kunnen aftrekken. Dit resulteert in een jaarlijkse extra belastingdruk van zo’n € 16 miljoen, geld dat anders ingezet zou kunnen worden voor nieuwbouw, onderhoud en verduurzaming van sociale huurwoningen. De impact van de ATAD staat Stadgenoot ook toe om minder geld te lenen.
‘Dit raakt direct onze huurders en alle mensen die op zoek zijn naar een woning,’ zegt Bas Hendriks, CFO en bestuurder van Stadgenoot. ‘Elke euro die onterecht naar belasting gaat, kan niet worden gebruikt voor de bouw, isolatie of betaalbaarheid van woningen. Dit betekent bijvoorbeeld dat Stadgenoot meer dan 1.000 nieuwbouwwoningen minder kan financieren. In een tijd van grote woningnood is dat niet uit te leggen. En dit is ook niet het doel van deze wet.’
Uitzondering voor corporaties
Volgens Stadgenoot was de wetgeving nooit bedoeld voor maatschappelijke organisaties zoals woningcorporaties, die opereren als stichtingen zonder winstoogmerk. Belastingadviseur PwC, die Stadgenoot bijstaat, heeft aangegeven dat Nederland op basis van Europese rechtsbeginselen een uitzondering voor woningcorporaties had moeten maken.
De woningcorporatiesector ondervindt al langer hinder van deze situatie. De extra belastingdruk als gevolg van de ATAD zal de komende jaren oplopen tot meer dan € 600 miljoen per jaar voor alle corporaties samen.
Bezwaarschriften
Ongeveer 140 woningcorporaties hebben de afgelopen jaren bezwaar aangetekend tegen hun belastingaanslagen. In januari ontving Stadgenoot de uitspraak hierover en heeft besloten een beroepsprocedure bij de rechtbank te starten. Door samen te werken met een aantal andere woningcorporaties in deze procedure worden kosten en expertise gedeeld.