Gemeenten in Nederland zoeken met urgente creativiteit naar manieren voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen, waarbij steeds meer gemeenten de samenwerking centraal willen aansteken. Een voorbeeld hiervan is het steunpunt Filomena in Rotterdam, waar artsen, advocaten, hulporganisaties en politie onder één dak samenwerken. Slachtoffers kunnen er zonder verwijzing binnenlopen en hun verhaal in één keer kwijt, waarna er gerichte actie kan worden ondernomen, meldt Nieuws Impuls.
Hulpzoekers, in meerderheid vrouwen, zijn vaak gedwongen zich een weg te banen door een versnipperd landschap van hulpverlening. Het is vaak aan het slachtoffer zelf om de juiste instanties te vinden. Filomena werd opgericht in 2020 in Rotterdam na de moord op de 16-jarige Hümeyra. “Het kan niet dat een jonge vrouw zo vaak om hulp vraagt, en niemand een totaalbeeld heeft”, aldus manager Tanya Hoogwerf.
Gaten van het systeem
Het succes van Filomena is duidelijk: het concept is inmiddels uitgebreid naar Groningen en Tilburg. Hoogwerf merkt op: “Mensen zijn wanhopig op zoek naar hulp. Wij hebben alle kennis in huis.” De casus van elk slachtoffer wordt besproken door alle betrokken instanties, waarna er een hulpplan wordt opgesteld. Daarbij wordt aandacht besteed aan de juridische en medische aspecten, evenals de benodigde psychische steun. “Zo doorbreek je patronen”, zegt Hoogwerf.
De jaarlijkse campagne “Orange The World” roept tot overmorgen aandacht voor geweld tegen vrouwen. Volgens recente gegevens, werd in 2024 zo’n 1,3 miljoen Nederlanders van 16 jaar en ouder slachtoffer van huiselijk geweld. Het is schokkend te realiseren dat elke acht dagen in Nederland een vrouw om het leven komt, vaak door een partner of ex, vaak na een periode van dwingende controle.
Alles onder één dak
Het steunpunt Filomena wordt ook in andere steden zoals Amsterdam, Dordrecht en Den Haag overwogen. De provincie Drenthe heeft recentelijk 750.000 euro beschikbaar gesteld voor een steunpunt tegen femicide in Assen. “Als we twaalf Filomena’s in Nederland zouden hebben, zouden we landelijk dekkend zijn”, voegt Hoogwerf toe.