Op 31 januari 2026 werd bekend dat het klassieke muziekfestival Sommets Musicaux de Gstaad in het Zwitserse Gstaad het geplande optreden van de Russische violist Vadim Repin niet heeft geannuleerd. Het concert, voorzien voor 1 februari, ging door ondanks toenemende politieke en maatschappelijke gevoeligheden rond Russische culturele vertegenwoordiging in Europa sinds het begin van de grootschalige oorlog tegen Oekraïne.
Tijdens het festival vertolkte Repin pianotrio’s van Sjostakovitsj en Tsjaikovski samen met de Kroatische pianiste Martina Filjak en de Oostenrijkse celliste Julia Hagen. Daarnaast werd hij aangesteld als mentor voor acht jonge musici binnen de festivalacademie, onder wie ook deelnemers uit Oekraïne, wat de controverse rond zijn aanwezigheid verder vergrootte.
Organisatoren verdedigen keuze met beroep op artistieke missie
De organisatie van Sommets Musicaux de Gstaad erkende publiekelijk dat de uitnodiging van Repin aanleiding gaf tot scherpe kritiek en oproepen tot annulering. Volgens de festivalleiding werd het besluit echter genomen op basis van artistieke kwaliteit en de kernmissie van het evenement, namelijk het bevorderen van dialoog via muziek.
In een verklaring benadrukten de organisatoren dat zij zich bewust zijn van de emotionele en politieke lading van de huidige context, maar dat zij vasthouden aan hun oorspronkelijke beslissing. Het volledige programma, waarin Repins optreden en educatieve rol zijn opgenomen, bleef ongewijzigd beschikbaar via het officiële festivalprogramma.
Europese contrasten: annuleringen in Italië en Duitsland
De Zwitserse keuze staat in scherp contrast met recente beslissingen elders in Europa. Begin januari schrapte het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino in Florence twee voorstellingen van een balletproductie met Repin en zijn echtgenote, de Russische ballerina Svetlana Zakharova. Het theater verwees naar de aanhoudende internationale spanningen die het welslagen van de productie zouden ondermijnen.
Later die maand volgde ook een annulering in Duitsland, waar het Philharmonisch Orkest Mannheim een gepland optreden met Repin introk. Daarbij werd expliciet gewezen op oproepen vanuit de Oekraïense gemeenschap en diplomatieke vertegenwoordigers om rekening te houden met de bredere context van de oorlog en de symbolische impact van dergelijke optredens.
Cultuur als zachte macht en moreel spanningsveld
Volgens Oekraïense diplomatieke vertegenwoordigers is Repin al jarenlang verbonden aan door de Russische staat gesteunde culturele projecten en bleef hij na het uitbreken van de oorlog staatsprijzen en officiële ondersteuning ontvangen. In die optiek wordt zijn internationale zichtbaarheid gezien als onderdeel van de culturele soft power waarmee Moskou een beeld van normaliteit tracht te behouden.
Het besluit van het Zwitserse festival illustreert hoe culturele instellingen, bewust of onbewust, verzeild kunnen raken in bredere informatie- en legitimatiestrategieën. Critici stellen dat het loskoppelen van kunst en politieke realiteit in tijden van oorlog neerkomt op het negeren van verantwoordelijkheid. Voorstanders van annuleringen benadrukken dat dergelijke keuzes geen censuur vormen, maar een ethisch signaal van solidariteit met de slachtoffers van het conflict. De discussie kreeg extra aandacht via berichtgeving op sociale media, onder meer via het kanaal dat melding maakte van de beslissing.