Een vastgoedontwikkelaar uit Delft heeft in samenwerking met een privépersoon gewerkt aan verschillende vastgoedprojecten. In eind 2021 beëindigden ze hun samenwerking, met de afspraak dat beide partijen 50% van de winst zouden ontvangen. Dit betrof specifiek een perceel, eigendom van een familie, die de ontwikkelaar het exclusieve recht had gegeven om het perceel aan te kopen. Echter, de ontwikkelaar droeg dat recht over aan Stichting Respect Wonen Zorg en Welzijn, een zorgorganisatie die het perceel in 2023 uiteindelijk ook koopt. De ontwikkelaar heeft de familie begeleid in het verkooptraject en ontving in totaal € 86.500 van de zorgorganisatie voor het project, meldt Nieuws Impuls.
Buiten de afspraak
De samenwerkingspartner is ontevreden met het resultaat, want hij kreeg slechts € 5.000 overgemaakt, wat aanzienlijk lager is dan het afgesproken 50%-winstaandeel. Hij heeft juridische stappen ondernomen en eist dat de ontwikkelaar nog ruim € 40.000 betaalt.
Neutraal geformuleerd
De ontwikkelaar betwist echter het recht op het winstaandeel, stellende dat de afspraak alleen gold voor de situatie waarin hij ook daadwerkelijk als koper en vastgoedontwikkelaar van het project had opgetreden, wat niet het geval is geweest. Bovendien stelt de voormalig zakenpartner het begrip ‘winst’ niet correct te begrijpen: van de ontvangen vergoeding moeten nog de kosten afgetrokken worden.
Rechter geeft gelijk
De rechter heeft echter de eisende partij in het gelijk gesteld. Volgens de rechtbank is de afspraak neutraal geformuleerd en gericht op het ontplooien van een ‘mogelijk project’, zonder verdere specificatie van de vorm van dit project. De rechtbank stelt vast dat de exacte invulling van het project ten tijde van de afspraken nog niet was vastgelegd. Uiteindelijk is later gekozen voor de ontwikkeling van een woon- en zorgcomplex, waarbij de zorgorganisatie betrokken raakte en de ontwikkelaar de rol van aanbrenger en bemiddelaar vervulde. Had de ontwikkelaar de winstdeling voor dit scenario willen uitsluiten, dan had dit expliciet moeten worden vastgelegd. Conclusie: de voormalig partner heeft recht op zijn winstaandeel.
Winstdeling pakt lager uit
De uiteindelijke winstdeling pakt echter veel lager uit dan de man had verwacht. De rechter verduidelijkt dat ‘winst’ in het maatschappelijk verkeer wordt begrepen als omzet minus kosten. Daarbij moet worden opgemerkt dat de totale jaarwinst van de ontwikkelaar nooit meer dan circa € 37.000 heeft bedragen. Volgens de rechtbank betekent gelijkwaardigheid dat partijen niet alleen in de omzet, maar ook in de kosten delen. De gevorderde hoofdsom van € 38.500 overstijgt de totale jaarwinst na belastingen van de ontwikkelaar, wat gelijkwaardigheid uitsluit.
De rechter volgt de berekening van de ontwikkelaar, welke uitkomt op een projectwinst van ruim € 20.000. De ex-partner ontvangt hierdoor een betaling van iets meer dan € 5.100, plus wettelijke rente.