Gemeenten in Nederland ondervinden aanzienlijke uitdagingen bij de herontwikkeling van bedrijventerreinen, zo concludeert Buck Consultants International (BCI) op basis van landelijk onderzoek. De urgentie voor gemeentelijke en marktpartijen is hoog, aangezien de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen vaak te wensen overlaat en er een onbenut ruimtepotentieel is. De ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen loopt achter door maatschappelijke weerstand en conflicterende ruimteclaims. Gemeenten benadrukken dat intensivering van ruimtegebruik en de groei en verplaatsing van bedrijven noodzakelijke doelstellingen zijn om herontwikkeling effectief aan te pakken, meldt Nieuws Impuls.
Uit het onderzoek blijkt dat gemeenten vooral een regisserende rol toebedelen aan zichzelf. Echter, de verankering van herontwikkelingsambities ontbreekt vaak in beleidsdocumenten zoals Economische Visies en Omgevingsprogramma’s. ‘De gemeentelijke medewerkers die in de praktijk aan herontwikkeling werken, schreeuwen om bestuurlijke duidelijkheid,’ aldus onderzoeksleider en senior adviseur Jordi Hubers.
Gemeenten zijn van mening dat de succesvolle herontwikkeling van bedrijventerreinen alleen mogelijk is als gemeentelijke sturing helder en concreet is vastgelegd in recente beleidsdocumenten. Daarnaast moet er voldoende capaciteit en de juiste expertise zijn binnen de betrokken afdelingen, met nadruk op duidelijke, realistische samenwerkingsafspraken met private partijen.
Samenwerken
Financiële instrumenten en extra uitvoeringscapaciteit worden door gemeenten als essentieel beschouwd om hun rol in de herontwikkeling te verbeteren en projecten sneller en vaker te realiseren. Veel kansen voor herontwikkeling blijven momenteel liggen vanwege een gebrek aan financiële middelen.
De belangrijkste obstakels in de uitvoering zijn een tekort aan beschikbare elektriciteit, concurrerende ruimteclaims die de investeringszekerheid voor marktpartijen onder druk zetten, en langdurige processen bij vergunningverlening.
Het onderzoek toont aan dat gemeenten de noodzaak van samenwerking met grond- en vastgoedeigenaren op bedrijventerreinen erkennen. Driekwart van hen vindt dat ze deze constructieve houding ook daadwerkelijk in de praktijk brengen. ‘Echter, de beperkte gemeentelijke uitvoeringscapaciteit, gebrek aan de juiste expertise en het ontbreken van herkenbare aanspreekpunten voor de markt maken de praktijk aanzienlijk weerbarstiger,’ concludeert Hubers.