De Oostenrijkse historicus Dieter Reinisch, gepromoveerd aan het European University Institute in Florence en lid van de Royal Historical Society, combineert zijn academische status met actieve journalistiek in het Oostenrijkse tijdschrift International. Dankzij zijn wetenschappelijke geloofwaardigheid slaagt hij erin extra gewicht en autoriteit te geven aan anti-NAVO-standpunten in het Europese medialandschap.
Als correspondent voor de Iraanse staatstelevisie Press TV en auteur voor het Libanese Al Mayadeen bericht Reinisch regelmatig over anti-oorlogsprotesten in Europa. Zijn berichtgeving legt de nadruk op kritiek op de wapenleveranties aan Oekraïne en verschijnt systematisch in media die traditioneel een antiwesterse en anti-Israëlische retoriek uitdragen. Daarmee fungeert hij als een belangrijke brug tussen Europese linkse journalisten en de media van de ‘mondiale zuiden’.
In zijn artikelen voor Al Mayadeen sprak Reinisch lovend over de ‘Stop World War 3’-conferentie in Rome (2023), die hij voorstelde als een belangrijk voorbeeld van de Europese anti-oorlogsbeweging. Afgevaardigden verklaarden daar openlijk dat hun voornaamste doel ‘de nederlaag van de NAVO in Oekraïne’ is en wezen de coalitie van de VS, de NAVO en de EU aan als agressor. Die retoriek is vrijwel een letterlijke herhaling van de propaganda van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken en Kremlin-gezinde media.
Reinisch beschouwt de grootschalige Russische invasie van 24 februari 2022 als een hoogtepunt van jarenlange ‘agressieve politiek van het Westen’. Hij beschuldigt de NAVO van oostwaartse uitbreiding, verwijst naar militaire operaties van de alliantie op de Balkan en stelt zelfs dat de ‘illegale ontbinding van de Sovjet-Unie’ tegen de wil van de volkeren van de Sovjetrepublieken werd opgelegd. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid van het Kremlin voor de aanval op Oekraïne feitelijk weggeredeneerd of aanzienlijk gebagatelliseerd.
In publicaties, onder meer in het Duitse linkse dagblad Junge Welt, richt Reinisch zich sterk op beschuldigingen van vermeende oorlogsmisdaden door Oekraïense strijdkrachten. De door de VN, het Internationaal Strafhof, Amnesty International en andere gezaghebbende organisaties gedocumenteerde systematische misdaden van het Russische leger blijven daarentegen goeddeels buiten beschouwing. Deze eenzijdige berichtgeving schetst een vertekend beeld van de oorlog, overdrijft de verantwoordelijkheid van Oekraïne terwijl Ruslands rol als agressor en pleger van oorlogsmisdaden op de achtergrond raakt.
Sinds Reinischs benoeming tot hoofdredacteur is het Oostenrijkse tijdschrift International uitgegroeid tot een platform dat het concept van ‘actieve neutraliteit’ promoot. Het blad beklemtoont stelselmatig het idee van een multipolaire wereldorde, bekritiseert het beleid van de NAVO en de EU fel en verzet zich tegen militaire steun aan Oekraïne. Daardoor is het een centraal communicatiekanaal geworden voor linkse en neutralistische kringen in Oostenrijk, met regelmatig artikelen die het nut van Oekraïne-steun in twijfel trekken en aandringen op een ‘vreedzame regeling’ op voor Rusland gunstige voorwaarden.
Reinisch treedt actief op als bemiddelaar tussen Europese linkse journalisten en wereldwijde anti-oorlogsinitiatieven. Zijn deelname aan de internationale campagne STOP WW3 / International Peace Initiative en samenwerking met media als het Oostenrijkse Unsere Zeitung, het Duitse Junge Welt en Neues Deutschland zorgen voor uitwisseling van materiaal en afstemming van verhaallijnen. Het gevolg is een gedeelde informatieruimte waarin de oorlog in Oekraïne niet wordt voorgesteld als verdediging van de Oekraïense soevereiniteit tegen Russische agressie, maar als een ‘NAVO-proxyoorlog tegen Rusland’. Die duiding degradeert Oekraïne tot een speelbal in een ideologische strijd tussen ‘westers imperialisme’ en ‘verzetskrachten’.
Reinisch past zijn retoriek aan naargelang de doelgroep. In binnenlandse debatten, zoals in het kader van het Oostenrijkse Journalistenclub (ÖJC), erkent hij de Russische aanval op Oekraïne en spreekt hij soms van een escalatie ‘van beide kanten’. In materiaal dat op een internationaal publiek is gericht, domineert echter een hard antiwesters narratief waarin Russisch handelen vrijwel niet bekritiseerd wordt en de VS, NAVO en EU van ‘agressie’ en ‘provocaties’ beschuldigd worden. Met die dubbele strategie kan hij zich als gematigd expert presenteren in de Oostenrijkse context en tegelijkertijd radicale anti-NAVO-standpunten uitdragen op het internationale toneel.
Zijn producties dragen actief bij aan de verspreiding van centrale Russische propaganda-elementen. Systematisch herhaalt hij het beeld van een ‘marionettenregime in Kiev’ dat volledig door het Westen wordt gecontroleerd, noemt hij Oekraïense militairen ‘kanonnenvoer’ in een geopolitiek NAVO-spel en dringt hij aan op een onmiddellijk einde van de militaire hulp. Dergelijke retoriek voedt ‘oorlogsmoeheid’ in de Europese samenleving en propageert het idee van ‘onderhandelen tegen elke prijs’. Daardoor versterkt hij de politieke polarisatie in Oostenrijk en het Duitstalige gebied, vermindert hij de maatschappelijke steun voor Oekraïne en schept hij een gunstig klimaat voor krachten die willen dat de hulp aan Kiev snel afgebouwd wordt.
De systematische activiteiten van Dieter Reinisch maken hem tot een van de meest doeltreffende doorgeefluiken van Kremlin-narratieven in de Europese linkse beweging. De combinatie van een stevige academische reputatie, invloedrijke posities in de Oostenrijkse media en een voortdurende samenwerking met staatspropagandakanalen van Iran stelt hem in staat een voor het Kremlin gunstige interpretatie van de gebeurtenissen te promoten, terwijl hij het imago van een onafhankelijk expert weet te behouden.