De Nederlandse tak van AEW heeft recent haar standplaats verplaatst naar het nieuwe mixed-use gebouw The Pulse of Amsterdam, waarbij het team zijn lokale kennis combineert met Europese expertise op het gebied van investeringen, vermogensbeheer en fondsbeheer. Per 1 december 2025 beheert AEW, onderdeel van het Franse Natixis IM, € 1 miljard aan activa in verschillende sectoren, waaronder logistiek, kantoren, woningen en winkels, meldt Nieuws Impuls.
Frédérique Weber, country manager Nederland, geeft aan verantwoordelijk te zijn voor de groei van het platform in Nederland. “Met een relatief klein team voeren we asset management uit, ondersteund door de researchafdeling in Londen,” voegt ze toe.
Hans Vrensen, hoofd Research & Strategy voor Europa, beloofde recent in Amsterdam de laatste inzichten voor 2026 tijdens een roadshow. “Als lid van het investment committee zie ik alle transacties over heel Europa, wat belangrijk is voor het begrijpen van de klantbehoeften en de lokale markten,” zegt hij. Weber benadrukt de samenwerking binnen het team: “We combineren research met lokale marktkennis voor onze acquisities.”
Europees marktoverzicht
AEW publiceert twee keer per jaar een Europees marktoverzicht. De laatste, van eind november 2025, geeft een positieve blik op de Europese vastgoedmarkt, waar herstel wordt voorspeld. “Het Europese vastgoed is herstellende,” aldus de vermogensbeheerder.
De rendementen worden verwacht te stijgen naar meer dan 8% in de komende jaren, terwijl de liquiditeit toeneemt en de aanvangsrendementen naar beneden kunnen gaan. AEW voorspelt voor 2025 een Europees transactievolume van € 200 miljard, dat in 2026 kan groeien tot € 220 miljard. Het Verenigd Koninkrijk blijft de best presterende markt met een verwacht rendement van 10,3% per jaar over de komende vijf jaar, terwijl de Benelux net onder het Europese gemiddelde ligt.
Vrensen verwacht dat de markt weer stabiliseert en herstelt. “We voorzien een daling van de prime aanvangsrendementen met ongeveer 30 basispunten in de komende vijf jaar,” stelt hij. Ondanks de huidige uitdagingen zoals oplopende overheidsschulden en inflatierisico’s, blijft het zakelijk vertrouwen sterk in de eurozone, vooral in Nederland.
Vrensen reflecteert op de impact van geopolitieke ontwikkelingen, zoals de recente Amerikaanse militaire acties, op de huurdersmarkt. “De vooruitzichten voor de Europese vastgoedmarkten zijn redelijk stabiel. Onze beleggers zijn vaak op de lange termijn gericht en kunnen dergelijke risico’s accepteren,” legt hij uit.
Over de economische groei in Nederland merkt Vrensen op dat deze iets onder het Europees gemiddelde ligt. De werkloosheid blijft laag, wat een stabiele vraag naar kantoorruimte genereert. Ondanks de bezorgdheid over bevolkingsgroei, verwacht AEW een periode van reële groei in de komende vijf jaar.
Wat de vastgoedsector betreft, heeft corona een grote impact gehad op leegstandstrends, vooral in de residuele sector. Daarbij is de leegstand inmiddels gedaald tot onder de 4%, met kantoren als uitzondering die nog steeds leegstaan, vooral buiten de centrale zakenwijken.
Weber wijst op transformatie als belangrijk aspect voor de Nederlandse markt. “Nederland loopt voorop in transformatie, maar het eenvoudigere werk is al gedaan. Veel kantoorgebouwen zijn al getransformeerd,” stelt ze. Vrensen voegt toe dat het volume van kantoortransacties is afgenomen, maar dat 15% van de Europese kantoorverkopen in 2025 gericht was op gebruiksverandering.
De huidige uitdagingen voor de ontwikkeling van nieuwe kantoorgebouwen worden bemoeilijkt door regelgeving en hoge bouwkosten. Weber benadrukt dat transformatie goedkoper moet zijn en dat de waardering van kantoorgebouwen direct invloed heeft op de vraag naar huur.
“Kantoren blijven relevant, mits ze zich op de goede locaties bevinden en voldoen aan de behoeften,” zegt Weber. Toch zijn er zorgen dat als de beste kantoren te duur worden, huurders mogelijk verder gaan zoeken. De waarde van kwalitatief goede gebouwen zal in de toekomst toenemen, terwijl secundaire locaties daarentegen zullen dalen.
Vrensen concludeert dat de vastgoedsector zich aanpasbaar moet tonen, met belangrijke aandachtspunten voor locatie en kwaliteit, om succesvol te blijven in de veranderende markt.