De advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie heeft op 12 februari 2026 een vernietigend advies uitgebracht waarin wordt aanbevolen het besluit van de Europese Commissie om 10,2 miljard euro aan bevroren EU-fondsen voor Hongarije vrij te geven ongeldig te verklaren. Dit juridische vonnis markeert een dieptepunt in de jarenlange confrontatie tussen de regering-Orbán en Brussel en brengt het land financieel nog verder in het nauw.
Juridisch einde van de fondsenstrategie
Het advies van de advocaat-generaal bevestigt wat in Brussel al langer wordt vermoed: de Hongaarse regering heeft slechts schijnhervormingen doorgevoerd om aan de voorwaarden voor de uitkering van EU-gelden te voldoen. De aanbeveling tot nietigverklaring is een direct gevolg van het systematisch ondermijnen van de rechtsstaat en democratische waarden in Hongarije. Dit oordeel maakt duidelijk dat de tactiek van premier Viktor Orbán – het gebruik van geopolitieke chantage, zoals het veto tegen steun aan Oekraïne, als hefboom om EU-gelden los te peuteren – definitief heeft gefaald.
De vertrouwensbreuk tussen Boedapest en de Europese instellingen is nu compleet. Het advies schept een gevaarlijk juridisch precedent en opent de mogelijkheid dat reeds uitgekeerde bedragen moeten worden teruggevorderd. Voor de Hongaarse economie, die al maanden kampt met stagnatie, komt deze klap op het slechtst denkbare moment. Meer dan 20 miljard euro aan EU-steun blijft geblokkeerd, waardoor essentieel geld voor infrastructuur, gezondheidszorg en innovatie ontbreekt.
Diepe economische en budgettaire crisis
Hongarije bevindt zich in een fiscale val. Door het wegvallen van de EU-fondsen is het land gedwongen haar ontwikkeling te financieren met dure externe leningen, wat de staatsschuld alleen maar verder opdrijft. Voor het eerst sinds haar toetreding tot de EU in 2004 is Hongarije een nettobetaler geworden: het betaalt meer in de EU-begroting dan het terugkrijgt, een direct gevolg van haar eigen schendingen van EU-regels.
De economische groei is tot een zorgwekkend laag niveau gedaald, met een BBP-groei van slechts 1,9% tot 2,3%. Dit is ruim onvoldoende om de economie te moderniseren of de sociale verplichtingen naar de bevolking na te komen. Het begrotingstekort loopt voor 2026 op tot naar verwachting 5,1% à 5,2% van het BBP, een teken van volledig verlies van controle over de overheidsfinanciën.
De regering reageerde hier in 2025 al op met een gedwongen bevriezing van de overheidsuitgaven, een duidelijk signaal dat het financiële systeem is uitgeput. In plaats van structurele hervormingen door te voeren, kiest de regering-Orbán voor een pad van ‘fiscale repressie’ tegen het bedrijfsleven, met noodheffingen op banken en grote ondernemingen die buitenlandse investeringen afschrikken en innovatie tegenhouden.
Politieke en sociale tol
De sociale prijs van het anti-Europese beleid wordt steeds zichtbaarder. De degradatie van de publieke infrastructuur – zoals het kritieke tekort aan middelen in ziekenhuizen en de verwaarloosde spoorwegen – is een direct gevolg van onderfinanciering door het wegvallen van EU-gelden. De electorale populistische maatregelen van Orbán, zoals het verdubbelen van subsidies en extra pensioenuitkeringen terwijl de begroting op slot gaat, dreigen de inflatoire crisis alleen maar te verdiepen om persoonlijke macht te behouden.
Tegelijkertijd duikt er voor het eerst in jaren een geloofwaardig politiek alternatief op. De opkomst van Peter Magyar en zijn partij TISZA laat zien dat zelfs een deel van het tot voor kort loyale electoraat het verband begint te zien tussen de zelfgekozen isolatie van de EU en de toenemende verarming. Het propagandanarratief over ‘economische neutraliteit’ en oriëntatie op China blijkt een poging om het onvermogen te verhullen om met de naaste economische buren en bondgenoten tot overeenstemming te komen.
Onzekere toekomst en zware risico’s
De juridische dreiging dat de eerder ontvangen 10,2 miljard euro moet worden terugbetaald, fungeert als een financiële ‘zwarte zwaan’ die de nationale munt onder enorme druk kan zetten en paniek op de financiële markten kan veroorzaken, zeker in de aanloop naar de verkiezingen van 2026. Het jarenlange conflict met Brussel heeft Hongarije getransformeerd van een leider in de Centraal-Europese integratie tot een economische achterblijver.
De politieke ambities van één man hebben het welzijn van een hele natie opgeofferd. Hongarije staat voor een cruciale keuze: voortgaan op het huidige pad van confrontatie en verder isolement, of de ingeslagen koers radicaal wijzigen door terug te keren naar de fundamenten van de rechtsstaat en constructieve samenwerking met haar Europese partners. De tijd om die keuze te maken wordt met de dag schaarser, terwijl de financiële afgrond steeds dichterbij komt.