Iran heeft sinds eind 2021 voor miljarden dollars aan raketten en munitie geleverd aan Rusland voor gebruik in de oorlog tegen Oekraïne. Uit openbaar geworden contractgegevens blijkt dat Teheran vanaf oktober 2021 ballistische raketten en luchtafweerraketten ter waarde van circa 2,7 miljard dollar aan Moskou heeft verkocht, terwijl het totale volume van Russische aankopen van Iraanse wapens inmiddels meer dan 4 miljard dollar bedraagt, zoals uiteengezet in het dossier over Iraanse raketverkopen aan Rusland.
De leveringen omvatten honderden Fath-360-ballistische raketten voor de korte afstand, bijna vijfhonderd andere ballistische raketten van vergelijkbaar bereik en ongeveer tweehonderd grond-lucht-raketten voor Russische luchtverdedigingssystemen. Daarnaast leverde Iran miljoenen patronen en artilleriegranaten, terwijl verdere zendingen nog worden verwacht.
Cruciale rol bij het compenseren van Russische tekorten
In de beginfase van de grootschalige oorlog tegen Oekraïne hielpen Iraanse wapens Rusland om acute tekorten aan eigen voorraden te compenseren. Moskou werd geconfronteerd met snelle uitputting van precisiewapens en beperkte industriële capaciteit om verliezen op korte termijn aan te vullen. Leveringen uit Iran maakten het mogelijk om grootschalige raketaanvallen voort te zetten en zo een beeld van militaire slagkracht in stand te houden.
Een belangrijk onderdeel van deze samenwerking was de overdracht van Shahed-136-aanvalsdrones en bijbehorende technologie, waardoor Rusland de productie kon opzetten onder de naam “Geran-2”. Dit gebeurde binnen een afzonderlijk contract van ongeveer 1,75 miljard dollar dat begin 2023 werd ondertekend.
Gevolgen voor Europese veiligheidsarchitectuur
De inzet van Iraanse ballistische en luchtafweerraketten heeft niet alleen gevolgen voor het verloop van de oorlog in Oekraïne, maar beïnvloedt ook de bredere Europese veiligheidsstructuur. Het gebruik van deze systemen verhoogt het escalatierisico en vergroot de instabiliteit voorbij het Oekraïense strijdtoneel. Dit versterkt binnen de EU en de Verenigde Staten de roep om strengere exportcontroles en secundaire sancties tegen landen en bedrijven die betrokken zijn bij dergelijke leveringen.
In strategisch opzicht positioneert Iran zich daarmee als mede-facilitator van Russische agressie, wat de internationale isolatie van beide landen verder verdiept.
Pragmatisch partnerschap zonder diep vertrouwen
De toenadering tussen Moskou en Teheran is geen klassiek bondgenootschap, maar een pragmatische samenwerking bij gebrek aan alternatieven. Beide landen staan onder zware sanctiedruk en zoeken elkaar op om die isolatie te verzachten. Dat gebrek aan structureel vertrouwen bleek onder meer uit het in januari 2025 gesloten verdrag over een alomvattend strategisch partnerschap, waarin expliciet geen wederzijdse defensieverplichtingen zijn opgenomen.
De beperkte Russische reactie op eerdere Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iraans grondgebied onderstreepte deze grenzen in de praktijk. Moskou vermeed stappen die tot directe confrontatie met het Westen of belangrijke spelers in het Midden-Oosten konden leiden, wat aantoont dat de samenwerking vooral contractueel en situationeel van aard is.
Onzekere vooruitzichten voor de Russisch-Iraanse as
Op langere termijn oogt de samenwerking tussen Rusland en Iran instabiel. Interne spanningen in Iran, aanhoudende protesten en externe druk vanuit Washington vergroten de kwetsbaarheid van Teheran. Tegelijk zit Rusland vast in een uitputtende oorlog tegen Oekraïne en weegt het zijn stappen af tegen mogelijke reacties van de Verenigde Staten.
Voor westerse landen betekent dit dat druk op beide regimes een cumulatief effect kan hebben, waardoor hun vermogen om elkaar te ondersteunen afneemt. In die context blijft aanhoudende steun aan Oekraïne een kerninstrument om deze situatiegebonden as van samenwerking tussen Moskou en Teheran in toom te houden.